Hektor: Coffeeshopbeleid
Het coffeeshopspoor streeft na om Venlo minder aantrekkelijk te maken voor de handel in softdrugs. In 2001 wordt geschat dat Venlo zo’n 65 niet-gedoogde verkooppunten telt. Door het aantal kopers en verkooppunten van softdrugs in niet-gedoogde verkooppunten terug te dringen, moet de overlast en criminaliteit verminderen. Om toch aan de grote vraag naar softdrugs te kunnen voldoen is het de bedoeling om naast de bestaande vijf gedoogde coffeeshops voorwaarden te scheppen om twee perifeer gelegen coffeeshops te vestigen. Hiermee wordt tevens beoogd om de bezoekersstroom drugstoeristen zodanig te beïnvloeden dat minder drugstoeristen de binnenstad bezoeken.
In 2001 en 2002 wordt een wegingsmodel voor alternatieve locaties van coffeeshops opgesteld en vastgesteld. Aan de hand hiervan kunnen mogelijke locaties voor de nieuw te vestigen coffeeshops beoordeeld worden. Na toepassing van het wegingsmodel blijkt dat er ongeveer vier locaties in Venlo zijn die aan de criteria voldoen. Met de eigenaren van de coffeeshops, de politie, het Consultatiebureau voor Alcohol en Drugs (CAD) wordt sinds 2001 twee keer per jaar overleg gevoerd om allerlei zaken aangaande het coffeeshopbeleid te bespreken.
Het coffeeshopspoor houdt eveneens in dat de zogenaamde AHOJ-G criteria1 die gelden voor de vijf gedoogde coffeeshops streng worden gecontroleerd. Overtreding van deze criteria kan leiden tot een tijdelijke sluiting van de coffeeshops. In 2003 wordt één coffeeshop voor de duur van drie maanden gesloten omdat er meer dan vijf gram softdrugs aan een klant verkocht werd.
Bij het vaststellen van de bestuursopdracht is het politieke klimaat gunstig voor het bereiken van de vastgestelde resultaten. Echter, sinds het aantreden van het kabinet Balkenende in 2002 verandert het cannabisbeleid van de Nederlandse regering. Een onderdeel hiervan is het terugdringen van het aantal coffeeshops in de grensgebieden. Vanuit de Europese Unie krijgt de Nederlandse regering ook de nodige kritiek te verduren op haar cannabisbeleid. Deze beide ontwikkelingen hebben hun weerslag op het Venlose coffeeshopbeleid. De unanieme steun van de gemeenteraad bij de start van Hektor is niet meer vanzelfsprekend waardoor de voortgang stokt.
Door de strikte handhaving van de niet-gedoogde verkooppunten sinds 2001 neemt de drukte bij de gedoogde coffeeshops enorm toe. Drugstoeristen die zonder al te veel risico’s softdrugs willen kopen bezoeken de gedoogde coffeeshops in plaats van de niet-gedoogde verkooppunten. Rond de gedoogde coffeeshops ontstaan daardoor nieuwe vormen van overlast. Lange rijen voor de deur waarbij drugsrunners de klanten voortdurend lastig vallen.
Door een onderzoeksteam van het ministerie van VROM wordt eind 2003 geconcludeerd dat de aanwezigheid van twee gedoogde coffeeshops in Q4 negatief is voor het slagen van de herontwikkeling van Q4. Dit standpunt leidt ertoe dat er politiek draagvlak ontstaat om de twee coffeeshops, die toevalligerwijs van één eigenaar zijn, vanuit het Q4-gebied te verplaatsen naar een perifere locatie. De betreffende eigenaar heeft al eerder laten weten graag zijn coffeeshops te verplaatsen naar een grotere locatie waar minder overlast veroorzaakt wordt.
Deze perifere locatie is gelegen aan de Bevrijdingweg aan de rand van Venlo. Wegens bedrijfsbeëindiging komt daar een wegrestaurant te koop. Om speculatie of interventie van derden te voorkomen, neemt Woningstichting Venlo-Blerick, die participeert in de herontwikkeling van Q4, een optie tot koop op het pand. Ondertussen wordt de besluitvorming voorbereid. Het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) neemt een principebesluit en de gemeenteraad stemt in een Raadsconsultatie unaniem in met de verplaatsing. Het besluit wordt breed gecommuniceerd met allerlei betrokkenen zoals omwonenden, het ministerie van Justitie, Duitse politie en Justitie en de Tweede Kamer. In het najaar van 2004, inmiddels ruim een half jaar later, is de verplaatsing van de twee gedoogde coffeeshops naar het voormalige wegrestaurant een feit. Vanwege bedrijfsvoeringsredenen (m.n. de handelsvoorraad) heeft de eigenaar van beide coffeeshops besloten om het pand te splitsen zodat er twee afzonderlijke coffeeshops gevestigd worden. Naast de coffeeshops ligt een groot en afgeschermd parkeerterrein.
Om de overlast rond de twee coffeeshops zoveel mogelijk te beperken worden er afspraken tussen verschillende gemeentelijke diensten en de politie gemaakt. De eerste maanden wordt wekelijks gerapporteerd over de overlastmeldingen, de reactie daarop en de bevindingen van de verschillende diensten. Nadat de gedoogde coffeeshops een paar maanden open zijn, concludeert het College van B&W dat de overlast beheersbaar is.
Sinds het verplaatsingsbesluit komen omwonenden, de coffeeshophouder, het wijkoverleg, de politie en de gemeente periodiek bij elkaar. Waar mogelijk worden maatregelen genomen om overlast zoveel mogelijk te beperken. Voorbeelden hiervan zijn aanpassing van de openbare ruimte om onveilige situaties te voorkomen, onderhoud van het groen, het afsluiten van een nabijgelegen weg om verkeersstromen te beïnvloeden, het handhaven van strijdige bedrijfs-activiteiten in de omgeving van de coffeeshops en extra toezicht en verkeersregulering van de coffeeshophouder in de directe omgeving van de coffeeshops.
Om de effecten van de verplaatsing van de coffeeshops te kunnen bepalen zijn er twee metingen gehouden. Vóór en één jaar na de verplaatsing van de twee coffeeshops zijn er bij alle vijf gedoogde coffeeshops metingen verricht. Zo zijn er klantentellingen gedaan, observaties verricht, is er een bewonersenquête gehouden, zijn er gesprekken met professionals gevoerd en zijn politieregistraties geraadpleegd. De uitkomst van dit onderzoek is dat de beoogde ombuiging van de stroom drugstoeristen uit de binnenstad naar de periferie heeft plaatsgevonden. Het straatbeeld in Q4 is sterk verbeterd en met het aantal drugstoeristen is ook het aantal drugsdealers en runners afgenomen. Er is geen sprake van een verplaatsing van drugsdealers en drugsrunners naar de omgeving van de nieuwe coffeeshops. Wel ervaren bewoners van de Bevrijdingsweg overlast als gevolg van jeugdigen die de coffeeshops te voet vanuit Duitsland bezoeken. Er wordt naar praktische maatregelen gezocht om dit probleem op te lossen.