Hektor: Handhaving
Met de start van Hektor is een intensieve samenwerking tussen de gemeente, politie, het OM en de Belastingdienst op gang gekomen. Door de beschikbare financiële middelen is het mogelijk om langdurig extra capaciteit vrij te maken voor de aanpak van drugsoverlast en –criminaliteit.
Er komt een straatteam van de politie van ruim 10 fte dat zich primair richt op de drugsoverlast op straat. Het straatteam controleert vermoedelijke klanten van niet-gedoogde verkooppunten op grond van de Opiumwet. Indien hieruit blijkt dat men verdovende middelen heeft gekocht, wordt getracht de dealer aan te houden en/of de woning van waaruit de verkoop plaatsvond te doorzoeken. Tevens krijgen drugsrunners- en dealers verblijfsontzeggingen opgelegd. Er wordt ook een rechercheteam van ruim 10 fte opgericht dat onderzoeken uitvoert naar groeperingen en personen die zich bezighouden met de verkoop van softdrugs en de leveranciers achter de drugsrunners. Aangezien er grote hoeveelheden geld met de handel in softdrugs verdiend worden, participeren financieel rechercheurs van het bureau Financiële Ondersteuning (BFO) in Hektor. Ten eerste wordt getracht wederrechtelijk verkregen vermogen strafrechtelijk, civielrechtelijk en/of fiscaalrechtelijk te ontnemen. Ten tweede wordt nagestreefd om voorwerpen of goederen zoals geld, auto’s en panden die dienstbaar zijn aan de handel in verdovende middelen in beslag te nemen en verbeurd te verklaren.
Om de ontnemingsactiviteiten van het BFO te ondersteunen, wordt met de Belastingdienst samengewerkt. Door een goede uitwisseling van informatie over de handel in verdovende middelen kan de Belastingdienst haar taken op het gebied van heffing, invorderingen, controle en toezicht op de nakoming van fiscale verplichtingen en de opsporing van fiscale delicten beter uitvoeren. Dit is het primaire doel van de Belastingdienst en daarmee wordt bereikt dat personen die zich bezighouden met de handel in verdovende middelen ook fiscaal aangepakt worden.
Het OM houdt zich bezig met het vervolgen van de verdachten die door het straat- en rechercheteam worden aangedragen. Hektor-zaken worden met voorrang en door een vaste officier van justitie behandeld. Er is een verscherpte vervolgingsprocedure opgesteld waardoor de strafmaat bij een tweede of volgende overtreding wordt verzwaard.
De gemeente zet een groot aantal handhavende disciplines is. Door controleurs van de afdeling Stadstoezicht wordt toezicht gehouden en worden controles uitgevoerd in de openbare ruimte, woningen, openbare inrichtingen en op personen. Een bouwinspecteur controleert de bouwkundige staat van panden in de binnenstad. Indien er gebreken zijn, dienen deze met een last onder dwangsom te worden aangepast. Enerzijds verbetert hierdoor het straatbeeld en anderzijds wordt het de doorgaans malafide pandeigenaren moeilijk gemaakt. Medewerkers van de afdeling Vergunningverlening participeren in Hektor omdat er in de binnenstad vele horecagelegenheden zijn die als dekmantel dienen voor de handel in softdrugs. Met de invoering van de Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet BIBOB) in 2003 kan tegen deze problematiek beter worden opgetreden. Een medewerker van de afdeling Ruimtelijke Ordening is betrokken om op te kunnen treden tegen het gebruik van panden dat strijdig is met het bestemmingsplan. Een medewerker overlastbestrijding is betrokken vanwege de bestuurlijke sluitingen van panden. Ook neemt een medewerker van de sociale recherche deel om eventueel onterecht genoten uitkeringen van drugsrunners en -dealers terug te vorderen. Ten slotte zijn juristen van de gemeente betrokken wanneer bezwaar en beroep wordt aangetekend tegen genomen bestuurlijke maatregelen. De bestuurlijke handhaving wordt door een coördinator van de gemeente aangestuurd.
De samenwerking tussen deze partijen is vastgelegd in een convenant. Daarnaast is een privacyreglement opgesteld zodat de partijen informatie met elkaar kunnen delen. Het privacyreglement is aangemeld bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP).
De kern van de samenwerking tussen al deze disciplines ligt in twee praktische en op de uitvoering gerichte overleggen. In het zogenaamde Van Bommelslaboratorium (VBL) dat genoemd is naar de bouwmeester van het Venlose stadhuis en het experimentele karakter van Hektor tot uiting moet brengen, komen de officier van justitie, een parketsecretaris, de coördinator bestuurlijke handhaving van de gemeente, de leider van het rechercheteam, een financieel deskundige van het BFO, een medewerker van de Belastingdienst, de leider van het straatteam en een operationeel recherchechef van het district Venlo bijeen. Hier worden aandachts-panden en aandachtspersonen besproken en wordt een strategie bepaald.
De voortgang van de opsporingsonderzoeken speelt een belangrijke rol. Bij de aanpak van een probleem wordt voortdurend de afweging gemaakt welke benadering het meeste rendement zal opleveren. In het ene geval is dat een bestuursrechtelijke en in het andere geval een strafrechtelijke aanpak.
Naast het VBL bestaat er het Handhavingsoverleg Hektor. Hierin zijn de coördinator bestuurlijke handhaving van de gemeente, de leider van het straatteam, de wijkagenten van de betrokken basiseenheden, een coördinator van de afdeling Stadstoezicht, de bouwinspecteur, de medewerker overlast-bestrijding, een medewerker vergunningverlening, de medewerker handhaving Ruimtelijke Ordening en de sociaal rechercheur vertegenwoordigd. Ook hier ligt de nadruk op informatie uitwisseling en het maken van praktische afspraken om de overlastgevende panden aan te pakken. Bij de aanpak participeert zonodig ook de Brandweer.
Gezien de aard van de drugscriminaliteit in Venlo wordt er nauw samengewerkt met de Duitse en de Turkse justitiële autoriteiten. Met Duitsland aangezien het voornamelijk drugshandel vanuit Venlo met Duitsers betreft. Met Turkije omdat een groot deel van de drugshandel in Venlo in handen is van personen van Turkse afkomst. In 2002, 2004 en 2005 worden er bezoeken aan Turkije gebracht om de werkrelaties in concrete opsporingsonderzoeken te verbeteren, aan rechtshulpverzoeken uitvoering te geven en om de werkwijze van Hektor uit te dragen.
Er worden vele verschillende middelen ingezet om de drugsoverlast en –criminaliteit aan te pakken. Zero tolerance is daarbij altijd het uitgangspunt. In het Q4-gebied zijn 20 camera’s geplaatst waar politie en gemeente gebruik van maken bij het houden van toezicht. Van de camera’s blijkt een preventieve werking uit te gaan. Ook is er een stelsel van verblijfsontzeggingen waarmee drugsrunners en –dealers tijdelijk de toegang tot de binnenstad kan worden ontzegd. Daarnaast kunnen als gevolg van artikel 174a van de Gemeentewet (Victoria) en artikel 13b van de Opiumwet (Damocles) panden gesloten worden nadat drugsoverlast is geconstateerd. De sluiting van een pand wordt met een deurposter (woning) of raamposter (openbare inrichting) en een publicatie in de lokale krant bekend gemaakt. Vermeld wordt wie eigenaar en gebruiker van het pand is en wat de reden en de duur van de sluiting zijn. Met een last onder dwangsom wordt de bestemming van een pand en de bouwkundige staat gehandhaafd. Voorts wordt de wet BIBOB toegepast om vergunningen van malafide horecabedrijven te weigeren en in te trekken. In 2005 wordt een vergunningenstelsel voor de 13 head-, smart- en growshops in Venlo ingesteld. De aanleiding hiervoor is een onderzoek waaruit blijkt dat ruim 80% van de ondernemers van deze branche in Venlo betrokken is (geweest) bij ernstige vormen van criminaliteit. Met behulp van de wet BIBOB kan deze branche nu ook aangepakt worden.
Onder het motto van ‘teruggeven kan altijd nog’ nemen het straatteam en het rechercheteam in alle gevallen geld en goederen in beslag waarvan vermoed wordt dat deze met de handel in verdovende middelen zijn verkregen. Dit geldt natuurlijk ook voor verdovende middelen en wapens. De witwaswetgeving wordt veelvuldig door het BFO ingezet. Ook worden personen en organisaties die niet direct strafbare feiten plegen maar wel een rol spelen bij de handel in verdovende middelen actief benaderd. Bijvoorbeeld omdat zij eigenaar zijn van een drugspand of dat zij diensten aan drugshandelaren verlenen. Deze personen worden uitgenodigd voor een gesprek met de officier van justitie en coördinator bestuurlijke handhaving van de gemeente. In dit gesprek worden de risico’s van dit handelen indringend besproken en wordt op de verantwoordelijkheden van deze personen gewezen.
Het uitgangspunt bij de handhaving van Hektor is dat er wanneer dat nodig is de grenzen van de wet worden opgezocht. Dit is vele malen zowel bestuurs- als strafrechtelijk met succes gebeurd.