Welstand Venlo Centrum
Als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling gelden de redelijke eisen van welstand.
Beeldkwaliteitsplan Q4
Welstandsniveau: bijzonder
De uitwerkingsplannen vormen het kader voor de uitwerking van het centrumgebied Q4.
Gebiedskarakteristiek
Q4 is een gebied in het centrum van Venlo dat ingeklemd ligt tussen Parkstraat, Lomstraat, Peperstraat en de Maas. Het is een centrumwijk die de schakel is tussen de Venlose binnenstad, de Maas en de groene omgeving van het Wilhelminapark.
De bebouwing biedt ruimte voor wonen en werken en heeft een karakteristieke architectuur, passend bij de buurt. De grote diversiteit aan gevels en kleurgebruik, refereert aan de beleving van de negentiende eeuw en past bij het huidige (bijna pittoreske) straatkarakter. Het stratenpatroon is gebaseerd op het Middeleeuwse stratenpatroon. Er ontstaan bijzondere gevelbeelden, waarbij op enkele plekken de woningen smaller lijken dan ze daadwerkelijk zijn. Achter de verschillende geveltjes liggen ruime, eigentijdse woningen. Voor de vormgeving van de bebouwing zijn per deelgebied maatregelen opgenomen in de diversen uitwerkingsplannen.
Bronnen
- Bestemmingsplan
- Venlo Centrum: algemene beschrijving (PDF)
- Q4 Projectaffiche Maaskade (PDF)
- Q4 Bouwenvelop Schriksel (PDF)
- Q4 Wijkontwikkelingsplan (PDF)
- Q4 Wijkontwikkelingsplan plus (PDF)
Brugplan Venlo Centrum
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandsbeleid is gericht op het in stand houden van en voortbouwen op de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit, met speciale aandacht voor de cultuurhistorische waarden van de bestaande bebouwing. Toepassen van voor dit gebied kenmerkend materiaal- en kleurgebruik. Architectonische kwaliteit betekent hier: zorgvuldig ontworpen in de context, evenwichtig van opbouw en geleding en met een uitgekiende detaillering en materialisatie.
Gebiedskarakteristiek
Het in de jaren vijftig gerealiseerde Brugplan van Klijnen is een langgerekte aaneenschakeling van singels, bruggen, opritten, rotondes en viaducten tussen de stations in Blerick en Venlo: een afwisseling van knopen en lijnen met begeleidende groenstroken en plantsoenen. Deze royale en deels kruisingsvrije infrastructuur verschaft vrij baan door de stad aan het (goederen)vervoer over de weg en het spoor. Behalve aan het functionele verkeersaspect is in het Brugplangebied ook veel aandacht besteed aan de visuele beleving van de route, door het effectvolle gebruik van de hoogteverschillen, het weidse panorama met het stadssilhouet en de gebogen tracés met zichtlijnen. In dat geënsceneerde stadsbeeld speelt de flankerende bebouwing een belangrijke rol. De knopen in de route worden namelijk gemarkeerd door bijzondere bebouwing en de lijnen begeleid door aaneengesloten wanden direct aan het trottoir. Elke knoop heeft zijn eigen bebouwingskarakteristiek: de Keulse Poort met markante solitaire gebouwen en landmark (stationstoren) en de Roermondse Poort met afgeronde, gekartelde en geknikte gebouwen die de rijrichting ondersteunen. Ook de wanden onderscheiden zich. Collectieve bebouwing met winkels en drie woonlagen langs de Prinsessesingel en Koninginnesingel, als ware het een stadsmuur om de binnenstad met een trechtervormige poort ter plaatse van de Vleesstraat. Individuele bebouwing met bedrijvigheid en bovenwoningen langs de Eindhovenseweg enerzijds aansluitend op de historische lintbebouwing van de Roermondsestraat en anderzijds aansluitend op het industriële karakter van het gebied rond de Molensingel.
De gebouwen in het Venlose deel van het Brugplangebied zijn merendeels opgetrokken in de zakelijke bouwtrant van het naoorlogse modernisme. In het gevelbeeld ligt de nadruk op orthogonale hoofdvormen met platte daken, een horizontale gevelopbouw en een stramien van betonnen staanders en liggers met een invulling van identieke prefab pui-elementen. Het gevelbeeld is plastisch door de toepassing van verdiepte entrees, loggia’s en balkons, toont contrastrijk door de afwisseling van open / transparante en gesloten / ondoorzichtige geveldelen en oogt fris en modern door het lichte kleurgebruik en de grote glasruiten. Climax in het bebouwingspatroon is het station dat met de klokkentoren, het bordes, de glazen voorgevel en het monumentale luifeldak een uitnodigend gebaar maakt naar de reiziger: een icoon voor de stad. Door de vernieuwing en het verkeersluw maken van doorgaand verkeer op het Stationsplein/Koninginneplein is een uitnodigende verbinding tussen station en binnenstad gelegd. In de wand aan de Eindhovenseweg is een gematigd modernisme met meer baksteen en betonnen omlijstingen toegepast, dat meer aansluit op de bebouwing in de Roermondsestraat.
Het Brugplangebied is een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo omdat het een fraai geënsceneerde stadsbeeld is waarin infrastructuur, groen en bebouwing op grootse wijze samenhangend met elkaar zijn ontworpen en dat verschillende stadsdelen ruimtelijk met elkaar verbindt.
Bronnen
- Bestemmingsplan centrum Venlo
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Stedenatlas Venlo 1999 (PDF)
- Brugplan Venlo historisch-ruimtelijke analyse 2007 (PDF)
Burgemeester van Rijnsingel
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandsbeleid is gericht op het in stand houden van en voortbouwen op de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit, met speciale aandacht voor de cultuurhistorische waarden van de bestaande bebouwing. Toepassen van voor dit gebied kenmerkend materiaal- en kleurgebruik. Architectonische kwaliteit betekent hier: zorgvuldig ontworpen in de context, evenwichtig van opbouw en geleding en met een uitgekiende detaillering en materialisatie.
Gebiedskarakteristiek
Het in de jaren vijftig gerealiseerde Brugplan van Klijnen is een langgerekte aaneenschakeling van singels, bruggen, opritten, rotondes en viaducten tussen de stations in Blerick en Venlo: een afwisseling van knopen en lijnen met begeleidende groenstroken en plantsoenen. Deze royale en deels kruisingsvrije infrastructuur verschaft vrij baan door de stad aan het (goederen)vervoer over de weg en het spoor. Behalve aan het functionele verkeersaspect is in het Brugplangebied ook veel aandacht besteed aan de visuele beleving van de route, door het effectvolle gebruik van de hoogteverschillen, het weidse panorama met het stadssilhouet en de gebogen tracés met zichtlijnen. In dat geënsceneerde stadsbeeld speelt de flankerende bebouwing een belangrijke rol. De knopen in de route worden namelijk gemarkeerd door bijzondere bebouwing en de lijnen begeleid door aaneengesloten wanden direct aan het trottoir. Elke knoop heeft zijn eigen bebouwingskarakteristiek: de Keulse Poort met markante solitaire gebouwen en landmark (stationstoren) en de Roermondse Poort met afgeronde, gekartelde en geknikte gebouwen die de rijrichting ondersteunen. Ook de wanden onderscheiden zich. Collectieve bebouwing met winkels en drie woonlagen langs de Prinsessesingel en Koninginnesingel, als ware het een stadsmuur om de binnenstad met een trechtervormige poort ter plaatse van de Vleesstraat. Individuele bebouwing met bedrijvigheid en bovenwoningen langs de Eindhovenseweg enerzijds aansluitend op de historische lintbebouwing van de Roermondsestraat en anderzijds aansluitend op het industriële karakter van het gebied rond de Molensingel.
De gebouwen in het Venlose deel van het Brugplangebied zijn merendeels opgetrokken in de zakelijke bouwtrant van het naoorlogse modernisme. In het gevelbeeld ligt de nadruk op orthogonale hoofdvormen met platte daken, een horizontale gevelopbouw en een stramien van betonnen staanders en liggers met een invulling van identieke prefab pui-elementen. Het gevelbeeld is plastisch door de toepassing van verdiepte entrees, loggia’s en balkons, toont contrastrijk door de afwisseling van open / transparante en gesloten / ondoorzichtige geveldelen en oogt fris en modern door het lichte kleurgebruik en de grote glasruiten. Climax in het bebouwingspatroon is het station dat met de klokkentoren, het bordes, de glazen voorgevel en het monumentale luifeldak een uitnodigend gebaar maakt naar de reiziger: een icoon voor de stad. Door de vernieuwing en het verkeersluw maken van doorgaand verkeer op het Stationsplein/Koninginneplein is een uitnodigende verbinding tussen station en binnenstad gelegd. In de wand aan de Eindhovenseweg is een gematigd modernisme met meer baksteen en betonnen omlijstingen toegepast, dat meer aansluit op de bebouwing in de Roermondsestraat.
Het Brugplangebied is een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo omdat het een fraai geënsceneerde stadsbeeld is waarin infrastructuur, groen en bebouwing op grootse wijze samenhangend met elkaar zijn ontworpen en dat verschillende stadsdelen ruimtelijk met elkaar verbindt.
Bronnen
- Bestemmingsplan centrum Venlo
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Stedenatlas Venlo 1999 (PDF)
- Brugplan Venlo historisch-ruimtelijke analyse 2007 (PDF)
Maasboulevard (nieuwe ontwikkeling)
Welstandsniveau: bijzonder
Het beleid is gericht op behoud en doorontwikkeling van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit.
Gebiedskarakteristiek
Om de aantrekkelijkheid van het centrum te vergroten besloot de gemeente in de negentiger jaren tot herstructurering van dit deel van de binnenstad. De ingreep heeft geleid tot een nieuw winkelcircuit via de Maasstraat, een groots Maasfront én de herinrichting van de Oude Haven tot een aantrekkelijk verblijfsgebied. De Maas is sindsdien prominent voelbaar in de binnenstad en ook het stedelijk leven speelt zich weer af bij het water. Gebied Maasboulevard bestaat globaal uit in twee zones: het rivierfront en de aanhechtingszone met de oude binnenstad. De samenhang met de oude binnenstad is zorgvuldig en komt tot uitdrukking in een naadloze verknoping met het stratenpatroon. Ook het architectuurbeeld is erg verwant aan de binnenstad; met name door het gebruik van roodkleurige bakstenen gevelmateriaal wordt de samenhang met de binnenstad onderstreept.
Maasfrontzone
Het robuuste rivierfront is opgebouwd uit een drietal grote eenheden: een strak vormgegeven lineair bouwvolume (Lineair) geflankeerd door enerzijds een markante toren (Romertoren) en anderzijds door de bijzondere gelaagde bouwmassa van de Maaspoort-Luif.
- Lineair is een langgerekt bakstenen gebouw dat in de lengte is opgebouwd uit een aantal repeterende volumes. Het totaal oogt als een groots gebaar waarbij de contouren refereren aan getande middeleeuwse stadsmuren. De helft van de plint is uitgevoerd als galerij waardoor vanuit een karakteristieke openbare ruimte uitzicht wordt geboden op het rivierlandschap. Het gebouw heeft een driedelige opbouw met winkelplint, woonlagen en dakopbouw. In de architectuur wordt gebruik gemaakt van een kubistische vormentaal. Raamopeningen zijn als gaten in het metselwerk uitgespaard. De grijze natuurstenen plint loopt door in de kademuren.
- Romertoren bestaat uit twee geschakelde bouwvolumes op een bastionvormige onderbouw. De volumes zijn rank en slank vormgegeven. De gevels zijn in twee verschillende materialen uitgewerkt. Het hogere dikkere deel heeft een bakstenen gevel van donkerrode verblendstenen; het kleinere slankere volume is uitgevoerd in bruin-gepatineerd koper.
- Maaspoort-Luif heeft een sterk gelaagde opbouw waarin de restanten van de, stadsmuur zijn geïntegreerd. Binnen de horizontale geleding is sprake van een verticale geleding van de gevelelementen. De gevelelementen bestaan uit glasvlakken en stijlen van witte staalplaat.
Aanhechtingszone Jodenstraat
De klassieke driedeling in de opbouw van de bouwmassa is consequent toegepast. Er is een plintlaag met winkelfunctie, daarboven woonlagen en een afronding met een zadeldak. De straatwand is geleed waarbij de pandsgewijze parcellering als uitgangspunt is gekozen; de gevelarchitectuur van de diverse ‘panden’ is verschillend vormgegeven. De architectonische beeldtaal is deels ontleend aan de omgeving: kleinschalig met een traditionele architectuur, bakstenen gevels met ramen als gaten in metselwerk. De winkelplint is deels verbijzonderd met natuursteen. De daken zijn belegd met dakpannen.
Bronnen
- Bestemmingsplan Venlo Centrum
- Venlo Centrum, Algemene beschrijving (PDF)
- Kwaliteitsplan Maasboulevard (PDF)
Middeleeuwse stad
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandsbeleid is gericht op het in stand houden van en voortbouwen op de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit van het waardevolle stadsbeeld, met speciale aandacht voor de cultuur- en bouwhistorische waarden van de bestaande bebouwing. Toepassen van voor de binnenstad kenmerkend materiaal- en kleurgebruik. Architectonische kwaliteit betekent hier: zorgvuldig ontworpen in de context, evenwichtig van opbouw en geleding en met een uitgekiende detaillering en materialisatie. Binnen dit kader is zowel een eigentijdse als een meer traditionele architectuur denkbaar.
Gebiedskarakteristiek
De historisch gegroeide, in hoofdzaak middeleeuwse binnenstad ging voor een deel verloren tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Rondom het historische assenkruis, de Lomstraat-Vleestraat en de Steenstraat-Gasthuisstraat-Parade bleef echter een groot deel van Middeleeuws Venlo bewaard. De Gasthuisstraat dateert nagenoeg nog geheel uit de vijftiende en zestiende eeuw. Hier ligt tevens het tot dusver oudste bekende huis van Venlo uit 1344.
De huidige rooilijnen langs de genoemde straten in de Venlose binnenstad dateren grotendeels nog van de vroegste stadsaanleg uit de veertiende eeuw. De breedte van de voorgevels van de panden bedraagt in de meeste gevallen twee vensterassen, maar kan ook variëren tot vier en zelfs vijf vensterassen. De panden zijn over het algemeen onderkelderd en daarboven twee tot vier bouwlagen hoog, onder een hoog zadeldak met de nok haaks op de straat. Aan de straatzijde hadden de panden in de oorspronkelijke situatie rijk vormgegeven top- of trapgevels, die met name in de periode rond 1800 werden afgetopt en werden voorzien van een kroonlijst. Ook werden gevels gepleisterd en werden wijzigingen doorgevoerd aan de gevelindeling. In een aantal gevallen werden in de tweede helft van de negentiende eeuw compleet nieuwe gevels in neostijlen opgetrokken vóór de middeleeuwse bebouwing. De hoofdstructuur en het casco van de panden bleef echter voor het grootste deel middeleeuws. Deze situatie is nog herkenbaar in de Lomstraat, Vleesstraat, Steenstraat, Gasthuisstraat, Parade, Klaasstraat, Houtstraat, Grote Kerkstraat, Kleine Kerkstraat, op de Parade en op de Markt.
In de eerste decennia van de twintigste eeuw vond op diverse plekken in de middeleeuwse binnenstad schaalvergroting plaats. Delen van bebouwingswanden werden gesloopt voor de bouw van nieuwe, grootschalige bedrijfspanden. Voorbeelden hiervan zijn onder andere het V&D-gebouw aan de Vleesstraat van architect Oscar Leeuw uit 1911, het pand Bervoets op de hoek Lomstraat-Peperstraat van architect Jules Kayser uit 1919. Deze karakteristieke gebouwen in typische baksteenarchitectuur met rijke detaillering voegen zich ondanks de grootschaligheid naadloos in de fijnmazige structuur van de historische binnenstad.
Nog vóór de Tweede Wereldoorlog werd begonnen met de sanering van het havenkwartier rondom de Jodenstraat, als eerste aanzet voor een modernisering van de oude binnenstad. Het naoorlogse wederopbouwplan uit 1946-1948 van Jules Kayser betrof een traditionalistische stadsreparatie omdat het gericht was op herstel van het historische besloten stadsbeeld. De pandsgewijze herbouw in traditionele bouwstijl voegt zich naadloos tussen de gespaarde oudbouw. Tegelijkertijd bood het plan ook extra ruimte aan de toegenomen verkeersdruk door het stratenpatroon iets op te rekken: straten verbreden, kruisingen verruimen, pleinen vergroten en nieuwe verkeersdoorbraken creëren. De interventies en herbouw hebben in hoofdzaak betrekking op een aantal samenhangende deelgebieden uit de jaren vijftig.
De gebouwen in de Jodenstraat, deels aan de Oude Markt en aan de Kwartelenmarkt vormen typologisch en stilistisch een samenhangende groep in traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur. Karakteristieke kenmerken zijn:
- De pandsgewijze aaneenschakeling van individuele stadshuizen (winkel met bovenwoning).
- De drieledige gevelopbouw: plint of winkelpui beneden (beton, hout), één of twee woonverdiepingen in het midden (metselwerk) en een houten gootlijst op klossen met schuin hellend dak bovenaan (rode keramische pannen).
- Het rustige evenwicht in de gevelcompositie: balans tussen de horizontale lijnen van de vensterreeksen/gootlijsten en de verticale lijnen van de vensterassen.
- De ambachtelijke, overwegend eenvoudige baksteenarchitectuur met klok- en lijstgevels en gesloten metselwerk waarin ramen en deuren als gaten zijn uitgespaard.
- De houten kozijnen en ramen hebben veelal een traditionele opzet en indeling (draai- en schuiframen met roeden) en zijn veelal identiek per bouwlaag en verschillen in hoogte tussen de bouwlagen.
- De generfde textuur en de verschillende tinten rood/bruin metselwerk, de wisselende metselverbanden en het platvolle voegwerk zorgen voor een levendig en ambachtelijk gevelbeeld.
- Vrijwel elke gevel heeft bescheiden accenten of ingetogen versieringen die zich onopvallend in het gevelbeeld voegen, zoals smeedijzeren raamhekken, keramische tegels, siermetselwerk, natuurstenen accenten.
- De schuine daken met (rode) keramische pannen hebben schoorstenen op de nok en kleine houten dakkapellen met schuine dakjes op één rij in de voet van het dak.
De gebouwen rondom de Klaasstraat, Nieuwstraat en Begijnengang vormen typologisch en stilistisch een heterogene groep. De meeste gebouwen zijn opgetrokken in traditionalistische Delftse Schoolarchitectuur en worden afgewisseld door enkele gebouwen in de gemengde bouwtrant van de zogeheten Shake Handsarchitectuur. Voor wat betreft de traditionalistische panden gelden de kenmerken van deelgebied 1, met dien verstande dat hier sprake is van een meer voorname en individuele uitstraling die tot uitdrukking komt in:
- Grotere bouwhoogten.
- Grotere onderlinge verschillen in de hoogtes van de nok, de gootlijst en de raamdorpels.
- De consequente toepassing van betonnen puiportalen die voor maximale openheid op de begane grond zorgen.
- De toepassing van natuursteen, decoratieve kroonlijsten, Franse balkons, tegeltableaus, geprofileerde vensterlijsten en verdiepte voegen.
- In de gebouwen van de gemengde bouwtrant worden een traditionalistische vormentaal en modernistisch idioom gecombineerd tot een eigentijds geheel, waarin gesloten en open, baksteen en beton, representatie en functie, materie en ruimtebesef harmonieus samengaan in nieuwe vormen. De meest waardevolle algemene kenmerken van deze categorie zijn:
- Een verzakelijkte variant van de drieledige gevelopbouw: onderaan een betonnen puiportaal, in het midden een betonnen raamwerk en bovenaan een strakke lijst (veelal met plat dak).
- In de gevelcompositie ligt het accent op het betonnen raamwerk van staanders en liggers met verdiept liggende vensters en borstweringen: sterke plasticiteit van de gevel.
- De grote stalen ramen hebben meestal een moderne opzet en indeling (horizontale en verticale tuimelramen met vrije indeling) en zijn gekoppeld binnen een betonnen raamwerk met versierde borstweringen.
Incidenteel en verspreid over de binnenstad is in de jaren vijftig maar vooral in de jaren zestig van de twintigste eeuw een aantal grootschaliger gebouwen gerealiseerd, veelal gekoppeld aan wijzigingen in het stratenpatroon. Deze tendens van schaalvergroting en modernisering start begin jaren vijftig met een portiekflat aan het begin van de Nassaustraat. Het traditionele gevelbeeld van metselwerk met natuurstenen details, risalieten, verticale vensterassen en smeedwerk voegt zich nog naar de bebouwing in de omgeving. Maar de schaal is een trendbreuk: langgerekt blok met souterrain en vier woonlagen onder plat dak. Om de hoek staat aan de Parade een kleine moderne versie hiervan in beton en glas, met een winkel op de begane grond, een opmerkelijke geperforeerde gevel ter plaatse van het trappenhuis en een abstract patroon van balkonbakjes op de verdiepingen. Nog zakelijker wordt het beeld bij de bibliotheek in de Begijnengang, het kantoor aan de Lohofstraat en de noordwand van de Sint Jorisstraat. Bij deze gebouwen ligt het accent op de grote schaal en een herhaling van identieke gevelelementen met ijle profielen gevat in een betonnen kader of raster, dan wel als onderdeel van vlak en licht gekleurd metselwerk. Het blok aan de St. Jorisstraat heeft als bijzonderheid een galerij met verdiept gelegen winkelpuien op de begane grond en een terugliggende vierde bouwlaag, hetgeen de massaliteit van het blok reduceert. Het kleurbeeld van deze gebouwen is fris en licht. De schaal en maat van deze gebouwen sluiten aan op de opgerekte openbare ruimte, maar contrasteren met de overwegend kleinschalige pandsgewijze opbouw van de binnenstad.
De na de Tweede Wereldoorlog herbouwde deelgebieden in de binnenstad zijn bijzonder waardevolle wederopbouwensembles voor de gemeente Venlo omdat ze zich als traditionele stadsreparaties zowel architectonisch als stedenbouwkundig op geheel eigen wijzen voegen binnen het structuur- en ruimtebeeld van de omringende historische binnenstad. De incidentele en grootschalige gebouwen in modernistische stijl komen het best tot hun recht in combinatie met verruimingen van of doorbraken in het stratenpatroon.
Bronnen
- Bestemmingsplan Centrum Venlo
- Venlo Centrum, Algemene beschrijving (PDF)
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Stadsbeelden, nota (PDF)
- Venlo: bouwhistorische inventarisatie Gasthuisstraat (PDF)
Plan van Gendt (19e eeuw)
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandsbeleid is gericht op het in stand houden van en voortbouwen op de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit, met speciale aandacht voor de cultuurhistorische waarden van de bestaande bebouwing. Toepassen van voor dit gebied kenmerkend materiaal- en kleurgebruik. Architectonische kwaliteit betekent hier: zorgvuldig ontworpen in de context, evenwichtig van opbouw en geleding en met een uitgekiende detaillering en materialisatie. Binnen dit kader is zowel een eigentijdse als een meer traditionele architectuur denkbaar.
Gebiedskarakteristiek
De omgeving van de Goltziusstraat ligt aan de noordkant van de middeleeuwse binnenstad in een deel van het ontmantelingsplan voor de vestingwerken van Van Gendt uit 1872. De bebouwingsstructuur is zeer markant vanwege de regelmatige stedenbouwkundige bouwblokken. De lange straten, zoals de Goltziusstraat, Puteanusstraat, Mercatorstraat, Noord Binnensingel en Noord Buitensingel, zijn licht gebogen. Belangrijk zijn de lange zichtlijnen, al dan niet richting beëindigende bebouwing, groenstructuren als het Nolenspark of de bomenrij in het verlengde van de Parkstraat en de Gelderse Poort. Eveneens belangrijk zijn de zichtlijnen op de toren van de Martinuskerk.
In aansluiting op de binnenstad heeft het oostelijk gedeelte van het Goltziuskwartier een meer hoogwaardig architectonisch karakter dan het westelijk gedeelte. In de Goltziusstraat, Noord Binnensingel, Mercatorstraat, Helbeek, Sint Martinusstraat, Parkstraat en aan het Mgr. Nolensplein is de architectuur in hoofdzaak opgetrokken in neostijlen. In de overige straten is dit minder het geval, hier bevinden zich ook veel panden uit de naoorlogse periode. Panden in Art Nouveau-trant bevinden zich in de Sint Martinusstraat en op de hoek van de Straelseweg, het zogenoemde Metropole-complex. Aan de zuidzijde van de Goltziusstraat is veel architectuur aangetroffen uit de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. De stijl hiervan is een menging van de architectuur van de Amsterdamse School, ‘de Stijl’ en het Rationalisme, vergelijkbaar met de architectuur van de Rosariumbuurt.
Het Plan van Gendt is cultuurhistorisch van belang vanwege de systematische aanpak van het stedenbouwkundig plan en de gaafheid en herkenbaarheid daarvan. De architectuur is van belang vanwege de grote rijkdom en diversiteit aan bouwstijlen, materiaalgebruik, detaillering en stedenbouwkundige accenten in de vorm van bijzondere hoekoplossingen. Karakteristiek zijn bijzondere details met betrekking tot gootlijsten, ornamenten en vensterkozijnen met karakteristieke roedeverdelingen.
Bronnen
- Bestemmingsplan Venlo Centrum
- Venlo Centrum, Algemene beschrijving (PDF)
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Stadsbeelden, nota (PDF)
- Stedenatlas Venlo (PDF)
Rosarium (1930)
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandsbeleid is gericht op het in stand houden van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit van het waardevolle stadsbeeld, met speciale aandacht voor de cultuurhistorische waarden van de bestaande bebouwing. Toepassen van voor dit gebied kenmerkend materiaal- en kleurgebruik. Architectonische kwaliteit betekent hier: zorgvuldig ontworpen in de context, evenwichtig van opbouw en geleding en met een uitgekiende detaillering en materialisatie.
Gebiedskarakteristiek
De Rosariumbuurt bevindt zich aan de noordoostzijde van de binnenstad, in het gebied waar tot in de negentiende eeuw vestingwerken lagen. Na de ontmanteling van de vesting werd het gebied ingericht als kazerneterrein voor de Venlose huzaren. Na het vertrek van de huzaren in 1913 kwam het gebied vrij voor uitbreiding van de binnenstad, het zogenoemde Plan Schaap. Het wegenpatroon en de ruimtelijke structuur dateren uit de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. Behalve woningen werden er een leeszaal (1927), het verenigingsgebouw Sint Jan (1927), de Duitse School (1930), het politiebureau (1928), de brandweerkazerne en de Gemeente-spaarbank (1929) gebouwd. Centraal is een rozentuin met vijver aangelegd, reden waarom de buurt ‘Rosarium’ wordt genoemd.
In de Rosariumbuurt bestaat de bebouwing vrijwel geheel uit individuele woningen, tot stand gekomen door verschillende opdrachtgevers en verschillende architecten. De samenhang in de architectuur wordt gevonden in de toepassing van dezelfde materialen (baksteen, keramische dakpannen en gestraalde betonelementen) in eenzelfde expressie (Amsterdamse School in combinatie met ‘de Stijl’). De bouwhoogte is nagenoeg overal twee lagen met een steile kap. De bebouwing aan de zijde van de Deken van Oppensingel kwam voor een belangrijk deel in de naoorlogse periode tot stand. Karakteristieke kenmerken zijn:
- Het rustige evenwicht in de gevelcompositie: balans tussen de horizontale lijnen van de vensterreeksen/gootlijsten en de verticale lijnen van de vensterassen.
- De ambachtelijke, overwegend eenvoudige baksteenarchitectuur met top- en lijstgevels en gesloten metselwerk waarin ramen en deuren als gaten zijn uitgespaard.
- De houten kozijnen en ramen hebben veelal een traditionele opzet en indeling (draai- en schuiframen met roeden).
- De generfde textuur en de verschillende tinten rood/bruin metselwerk, de wisselende metselverbanden en afwisselend voegwerk zorgen voor een levendig en ambachtelijk gevelbeeld.
- Vrijwel elke gevel heeft bescheiden accenten of ingetogen versieringen die zich onopvallend in het gevelbeeld voegen, zoals smeedijzeren raamhekken, keramische tegels, siermetselwerk, natuurstenen accenten.
De Rosariumbuurt is cultuurhistorisch van belang vanwege de systematische aanpak van het stedenbouwkundig plan en de gaafheid en herkenbaarheid daarvan. De architectuur is van belang als voorbeeld van de ontwikkeling van de individuele stadswoning waarin de veelheid en bijzonderheid van architectonische expressie tot uitdrukking gebracht. Verder is de architectuur van belang vanwege de grote rijkdom en diversiteit aan individuele bouwwerken, materiaalgebruik, detaillering en stedenbouwkundige accenten in de vorm van bijzondere hoekoplossingen. Karakteristiek zijn bijzondere details met betrekking tot gootlijsten, ornamenten en vensterkozijnen met karakteristieke roedeverdelingen.
Bronnen
- Bestemmingsplan Centrum Venlo
- Venlo Centrum, Algemene beschrijving (PDF)
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Stadsbeelden, nota (PDF)
- Stedenatlas Venlo 1999 (PDF)
Uitlopers: Helbeek / Straelseweg / Herungerweg
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandsbeleid Straelseweg is gericht op het in stand houden van en voortbouwen op de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit.
Voor Helbeek / Herungerstraat is het welstandsbeleid is gericht op behoud en versterking van de herkenbaarheid en doorontwikkeling van deze structurerende wegen en geldt een regulier welstandsniveau.
Gebiedskarakteristiek
Helbeek, Straelseweg en Herungerstraat zijn uitlopers van het negentiende-eeuwse uitbreidingplan Van Gendt en bevinden zich aan de noordzijde van de binnenstad. De Straelseweg is van oudsher de belangrijkste route vanuit de vestingstad richting het noordoosten. Net als bij de Kaldenkerkerweg en de Roermondsestraat-Tegelseweg is de nagenoeg kaarsrechte structuur zeer karakteristiek en typisch voor de periode begin negentiende eeuw, toen de tracés van de uitvalswegen werden rechtgetrokken. De Helbeek en de Herungerstraat zijn zijtakken, die eveneens vanaf de negentiende eeuw werden bebouwd. Een belangrijk deel van de bebouwing kwam in de jaren twintig en dertig tot stand. De ruimtelijk opzet van de architectuur is van belang. De historische uitvalswegen zijn door hun vorm en richting en qua bebouwing structureel belangrijk voor Venlo. In het gebied bestaat de bebouwing vrijwel uit individuele woningen, tot stand gekomen door verschillende opdrachtgevers en verschillende architecten. De samenhang in de architectuur wordt gevonden in de toepassing van dezelfde materialen (baksteen, keramische dakpannen en gestraalde betonelementen) in eenzelfde expressie.
Bronnen
- Bestemmingsplan Centrum Venlo
- Venlo Centrum, Algemene beschrijving (PDF)
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Stadsbeelden, nota (PDF)
- Stedenatlas Venlo 1999 (PDF)
Wilhelminapark
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandsbeleid is gericht op het in stand houden van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit van het waardevolle stadsbeeld, met speciale aandacht voor de cultuurhistorische waarden van de bestaande bebouwing. Toepassen van voor dit gebied kenmerkend materiaal- en kleurgebruik. Architectonische kwaliteit betekent hier: zorgvuldig ontworpen in de context, evenwichtig van opbouw en geleding en met een uitgekiende detaillering en materialisatie.
Gebiedskarakteristiek
Het Wilhelminapark is gelegen aan de noordzijde van de binnenstad. Op dit verhoogde terrein lag tot aan de sloop van de vestingwerken het achttiende-eeuwse Fort Ginkel. In de jaren tachtig en negentig van de negentiende eeuw werd volgens plan van de Belgische landschapsarchitect Lieven Rosseels een villapark ontworpen. De stijl van het park en de verschillende bouwstijlen van de villa’s zijn sterk geïnspireerd op de Engelse Landschapsstijl. De villa’s aan de oostzijde van het park zijn gebouwd in de trant van de Hollandse renaissance en het Hollands classicisme. Dit zijn panden met trap- en tuitgevels en met zowel horizontale elementen (hardstenen speklagen) als verticale elementen (ramen, consoles, risalieten). Sommige villa’s zijn eclectisch van opzet (combinatie van stijlen) of in chaletstijl gebouwd. Andere in neorenaissancestijl met dominerende elementen (balkons, erkers en torens), Jugendstil of Amsterdamse School.
Het Wilhelminapark is van cultuurhistorische waarde voor de tuin- en landschapsarchitectuur als goed voorbeeld van een stadspark uit het laatste kwart van de negentiende eeuw in Engelse landschapsstijl. De parkaanleg ontleent haar kwaliteiten aan het behoud van bestaande karakteristieken van de voormalige vestingwerken (schaal, maat en vorm, hoogteverschillen als romantisch element) en aan de toevoeging van nieuwe elementen (gevarieerde en bijzondere beplanting, fontein met vijver). Het park is tevens van stedenbouwkundige waarde vanwege de markante ligging op de voormalige vestingwerken van de historische binnenstad. Het park vormt een essentieel onderdeel van het stedenbouwkundig concept van de Venlose negentiende-eeuwse uitleg. Door de markante situering vormt het park een belangrijk geledings- en verbindingselement in het stedenbouwkundig weefsel. Tenslotte is het Wilhelminapark van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-maatschappelijke en stedelijke ontwikkeling, in casu het creëren van een hoogwaardige woonomgeving voor welgestelden en het in de stedelijke structuur opnemen van parken als verfraaiing en stedelijke voorziening. De historie van het villapark wordt in visueel opzicht verstoord door de contrasterende hoogbouw van de ‘Sliënenberg’. De architectuur van het park is waardevol en van belang qua type, aantal, verschijningsvorm, detaillering en materiaalgebruik.
Bronnen
- Bestemmingsplan Centrum Venlo
- Venlo Centrum, Algemene beschrijving (PDF)
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Stadsbeelden, nota (PDF)
- Stedenatlas Venlo 1999 (PDF)
Bronbestanden aanvragen
De beschikbare bronbestanden (pdf’s) voor de bovenstaande gebieden zijn niet online te bekijken of te downloaden. U kunt deze bestanden wel opvragen ter inzage. Wij leggen ze dan voor u klaar in het Stadskantoor.