Als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling gelden de redelijke eisen van welstand.

1e Graaf van Loonstraat

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op behoud en ontwikkeling van de karakteristiek van een oude invalsweg van Blerick.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De 1e Graaf van Loonstraat verloopt vanaf de Kloosterstraat in noordelijke richting. De straat komt al op de zestiende eeuwse kaart van Jacob van Deventer voor, maar opvallend genoeg niet op de zeventiende eeuwse van Averbode en de vroeg negentiende eeuwse van Tranchot. De ouderdom is zodoende niet zeker.

De bebouwing valt in twee delen uiteen. Het zuidelijke deel, aansluitend op de Kloosterstraat, is naoorlogs. De terugliggende hoekpanden creëren een pleineffect. De als afzonderlijke panden opgezette naoorlogse nieuwbouw, zowel Wederopbouw als meer recent, levert een afwisselend gevelbeeld op. De oorspronkelijke kleinschaligheid is hierin redelijk goed overgenomen.

Het noordelijke deel bevat een aantal vooroorlogse panden. Met name de beide rijk vormgegeven panden uit de jaren 1920/1930 aan de westzijde, met het iets soberder hoekpand (Urbanusstraat), vormen een zeer karakteristiek ensemble in deze straat. Het vooroorlogse cafégebouw haaks op de straat vormt een karakteristieke afsluiting van het pleinachtige straatdeel. Verder noordelijk van de Urbanusstraat valt de vertanding in de gevelwanden op. Zowel in de historische als in de naoorlogse bebouwing is in deze straat het kleinschalige karakter redelijk goed behouden.

Bronnen

  • Cultuurhistorische inventarisatie Venlo

Alberdingk Thijmstraat / Frederik van Eedenstraat

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op het behouden en versterken van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De Alberdingk Thijmstraat en Frederik van Eedenstraat maakt deel uit de eerste naoorlogse uitbreidingswijk ‘Hazenkamp’ in het stadsdeel Blerick. De straat is één van de ontsluitingswegen die midden in de wijk bestaat uit een assenkruis met centraal plein waaraan het parochiecentrum is gesitueerd. Terwijl de overige wegen in de wijk Hazenkamp als woonstraat kunnen worden opgevat, is de Alberdingk Thijmstraat / Fredrik van Eedenstraat, als belangrijke hoofdas, benadrukt door de aanwezigheid van middelhoge etagewoningen in open strokenverkaveling. Daarnaast is sprake van een winkellint dat aansluit bij de verlengde Kloosterstraat met winkelplein in het centrum van Blerick. Bovendien is in aansluiting op het parochiecomplex een ruimtelijke groene strook ontworpen voor scholen. Aan en op deze groenstrook is recent nieuwbouw gepleegd in de vorm van appartementenblokken die de hoogte en schaal aanhouden van de reeds aanwezige etagewoningen.

Bronnen

  • Architectuur en Stedenbouw 1940 -1970

Alberickstraat

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op behoud en ontwikkeling van de bestaande karakteristiek van de wijkontsluitingsweg.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De Alberickstraat vormt de structurerende wijkontsluitingsweg binnen de rechthoekige structuur van Vastenavondkamp. Het wijkcentrum ligt aan deze weg, op een kruispunt van wegen. Het karakter van de weg is divers en wordt deels bepaald door de bijzondere bebouwing van het wijkcentrum en anderzijds door de laagbouw van eengezinswoningen.

Bronnen

Baarlosestraat / Antoniuslaan

Welstandsniveau: bijzonder

Het beleid is gericht op behoud en ontwikkeling van de karakteristiek van een oude invalsweg en structurerende ontsluitingsweg van Blerick.

Gebiedskarakteristiek

De Antoniuslaan vormt de rechtstreekse verbinding tussen het historische dorpscentrum van Blerick (omgeving raadhuis en kerk) en de binnenstad van Venlo. Het huidige kaarsrechte tracé kwam in 1828 tot stand. De Pontanusstraat ligt in het verlengde van de Antoniuslaan en is van oudsher één van de middeleeuwse dorpsstraten van Blerick met een hoge bebouwingsintensiteit. Ter hoogte van de Maasbreesestraat en de historische pastorie gaat de route over in de Baarlosestraat. Dit tracé werd in 1813 aangelegd als onderdeel van de belangrijke internationale route tussen Parijs en Hamburg. De karakteristiek van de Antoniuslaan, Pontanusstraat en de Baarlosestraat is divers. Met name langs de Antoniuslaan werd een type bebouwing gerealiseerd dat vergelijkbaar is met die langs soortgelijke uitvalswegen in Venlo, zoals de Straelseweg, Tegelseweg en de Kaldenkerkerweg. Er is sprake van wisselende bebouwing van villa’s en gesloten bebouwing. De rooilijnen aan de Antoniuslaan verspringen. Veel beeldbepalende bebouwing langs de Antoniuslaan is van eind negentiende en begin twintigste eeuw. Enkele bouwwerken zijn in de naoorlogse periode gebouwd in een traditionele vorm. De bebouwing bestaat in hoofdzaak uit individuele panden, tot stand gekomen door verschillende opdrachtgevers en verschillende architecten. Aan de zuidoostzijde van de Antoniuslaan liggen individuele villa’s op ruime percelen met karakteristieke tuinen.

De samenhang in de architectuur wordt gevonden in de toepassing van dezelfde materialen (baksteen, keramische dakpannen en in enkele gevallen betonelementen) in eenzelfde expressie. Karakteristieke kenmerken zijn:

  • Het evenwicht in de gevelcompositie: balans tussen de horizontale lijnen van de vensterreeksen / gootlijsten en de verticale lijnen van de vensterassen.
  • De ambachtelijke, overwegend eenvoudige baksteenarchitectuur met top- en lijstgevels en gesloten metselwerk waarin ramen en deuren als gaten zijn uitgespaard.
  • De houten kozijnen en ramen hebben veelal een traditionele opzet en indeling (draai- en schuiframen met roeden).
  • De generfde textuur en de verschillende tinten rood/bruin metselwerk, de wisselende metselverbanden en het voegwerk zorgen voor een levendig en ambachtelijk gevelbeeld.
  • Gevels hebben accenten of versieringen die zich in het gevelbeeld voegen, zoals smeedijzeren raamhekken, keramische tegels, siermetselwerk, natuurstenen accenten en topgevels.

In de van oudsher middeleeuwse Pontanusstraat liggen aaneengesloten panden, opgetrokken in baksteen met rijke geveldetaillering, afwisselende nokrichtingen en gedekt met keramische pannen. De gevels kwamen in hoofdzaak tot stand in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Achter de gevels bevinden zich op enkele plaatsen nog historische bouwmassa’s uit de zeventiende en achttiende eeuw. De historische gevels aan de noordwestzijde zijn opnieuw opgetrokken in historische trant. Monumentaal is de villa Pontanusstraat 23, het huis Coenegracht. Het huis uit 1925 is opgetrokken in donkere baksteen in halfsteens verband, gedekt door een plat dak, dat op dakschilden met dakkapellen rust. Het halfvrijstaande pand heeft een hoge eerste bouwlaag, boven een souterrain. Op de eerste verdieping aan de rechterzijde van de gevel is een vooruitspringend frontgeveldeel uitgemetseld, met twee smalle vensters met bovenlicht. Op de tweede verdieping steekt het rechter geveldeel uit als een toren. De toren heeft een loggia en wordt gedekt met een tentdak. De bouwlagen worden gescheiden door betonnen lateien.

De Baarlosestraat was in het verleden de belangrijkste route vanuit het centrum richting het zuidwesten. De nagenoeg kaarsrechte structuur is zeer karakteristiek en typisch voor de periode begin negentiende eeuw, toen de tracés van de uitvalswegen werden rechtgetrokken. Een belangrijk deel van de bebouwing kwam in de eerste helft van de twintigste eeuw tot stand. De ruimtelijk opzet van de architectuur is van belang. De historische uitvalswegen zijn door hun vorm en richting en qua bebouwing structureel belangrijk voor Blerick. In het gebied bestaat de bebouwing vrijwel uit individuele woningen, tot stand gekomen door verschillende opdrachtgevers en verschillende architecten. De samenhang in de architectuur wordt gevonden in de toepassing van dezelfde materialen (baksteen, keramische dakpannen en gestraalde betonelementen) in eenzelfde expressie.

Bronnen

  • Nota stadsbeelden
  • Cultuurhistorische inventarisatiekaart Venlo

Blariacumplein

Welstandsniveau: bijzonder

Het welstandsbeleid is gericht op behoud en instandhouding van de bestaande waardevolle structuren.

Gebiedskarakteristiek

Het Blariacumplein met aangrenzende straten is een voorbeeld van een sfeervol woonklimaat uit de jaren twintig van de twintigste eeuw. Het gebied maakt deel uit van het stedelijke weefsel bestaande uit de Blariacumstraat, Grote Parallelstraat, Kleine Parallelstraat en Ottostraat, die het historisch straatpatroon vormen in de buurt Blariacumplein. Kenmerkend voor de stedenbouwkundige opzet zijn de pleinruimten en kruispunten van straten die semi-pleintjes vormen. De woningen zijn als huisvesting voor spoorwegarbeiders gerelateerd aan de industriële ontwikkeling aan het begin van de twintigste eeuw.

De kleinschalige en introverte opzet van het gebied Blariacumplein neemt binnen de omringende, verstedelijkte context een bijzondere plaats in. Het patroon van de bebouwing bestaat in hoofdzaak uit bouwstroken en twee-blokken aan het historische wegenpatroon. De bebouwing omvat twee verschillende concepten: een aaneengeschakelde lintstructuur aan de oostzijde (Blariacumstraat) en een blokmatige carréstructuur aan de westzijde (tussen Blariacumplein en de Nieuwborgstraat). Karakteristiek voor de ruimtelijke opbouw en verrassende beeldkenmerken zijn de pleinachtige ruimten in het openbare gebied. Het stratenpatroon en de straatassen hebben een belangrijke relatie met de bebouwing. Een belangrijke karakteristiek wordt gevormd door de architectonische accenten (topgevels) die referentiepunten vormen met zichtassen op cruciale plekken. Het Blariacumplein en het kruispunt ter hoogte van de Blariacumstraat en de Grote Parallelstraat zijn beeldbepalende ruimten in het gebied. De afgeschuinde hoek bij de bebouwing ter hoogte van de Nieuwborgstraat en de Kleine Parallelstraat hebben een sterke ruimtelijke werking door de schuinstanden en is typerend voor de entree tot het Blariacumplein. De zichtlijn richting plein versterkt dit beeld.

Het gebied bestaat uit een kleinschalige basisstructuur van bebouwing en straatruimten. De stedenbouwkundige korrel omvat een relatief kleinschalig patroon van straten, waaraan afwisselende bebouwing staat met gedetailleerde beeldkenmerken. Het plangebied is beperkt in omvang ten opzichte van de omringende grotere structuren van stedelijke bouwblokken en verkeerswegen. Het openbare gebied heeft geen grote straatruimten en concrete straatprofielen door de veelheid aan pleinruimte en schuin verlopende straten rond kruispunten. Kenmerkend voor het tuinstadconcept zijn de grote binnenterreinen en groene tuinen. De pleinvormen zijn karakteristiek door de beleving van bebouwing en inrichting. De specifieke bestrating en groenelementen ondersteunen de beeldvorm (openheid of beslotenheid) in belangrijke mate.

De opeenvolging van verschillende pleinen en straten verleent het gebied een hoge dynamiek. De ruimten vloeien haast in elkaar over en de specifieke gebouwen en onderdelen vormen verrassende en karakteristieke zichtlijnen. De straatwanden vertonen een typerende parcellering in de breedte van de voorgevels van de afzonderlijke woningen. Bij de bouwstroken is de sterk gesloten wand en rechte of doorlopende rooilijn beeldbepalend. Daarnaast bieden in aangrenzende straatruimten een verspringende rooilijn met een relatief open structuur van twee-blokken een contrastrijk beeld. De geknikte bouwstrook die van de Blariacumstraat overloopt in de oostelijke Grote Parallelstraat, is karakteristiek door de aaneenschakeling van hoofdgebouwen en lagere bijgebouwen. De hoekoplossingen met terugspringende rooilijn of schuinstand zijn karakteristiek voor het gebied en de architectuur en ondersteunen de kleinschalige beeldvorm. De beeldvorm wordt daarnaast bepaald door de afwisseling van strokenbouw en tweeblokken, twee bouwlagen of anderhalve bouwlaag. De hoogte van de straatwand (goothoogte) en de richting van de kappen met dakkapellen of topgevels ondersteunen de beeldwerking in belangrijke mate. De bebouwing is georiënteerd op de straten en volgt de straatruimte met rechte rooilijnen bij lange bouwstroken of verspringende rooilijn bij tweeblokken. De bebouwing zelf bestaat overwegend uit een kleinschalige basisstructuur. Karakteristiek voor de architectuur van de arbeiderswoningen zijn de langskappen met dakkapellen en de topgevels. De gevelbeelden worden geaccentueerd door gebruik van verschillende kleuren baksteen in aardtinten. Incidenteel komen gestuukte gevelvlakken voor in een specifiek, ingetogen kleurpalet. De uniforme bouwstroken vormen een karakteristiek beeld van koloniewoningen. Het geheel is als beeld sterk herkenbaar en vormt een waardevol ensemble. Beeldbepalend hierbij is de rijke detaillering in de baksteenarchitectuur, uitgevoerd in twee kleuren, met veel accenten in de vorm van plinten, horizontale lijsten, dorpels, lateien en versieringsmotieven in de topgevels.  

Karakteristiek is de gevelopbouw in twee of anderhalve laag met een afwisselende karakteristieke beeldwerking. Deze wordt versterkt door toepassing van dakkapellen of topgevels. Markant is de gevelgeleding waarin spiegeling en symmetrie belangrijke elementen vormen, die ondersteund wordt door details van regenwaterafvoer en opbouwen van schoorstenen. De aaneenschakeling van bouwvolumes met "bijgebouwen" in één laag tussen de woningen in de bouwstroken zijn gedetailleerde architectonische details die echter ook beeldbepalend zijn voor de ruimtelijke structuur.

Brugplan

Welstandsniveau: bijzonder

Het beleid is gericht op behoud en ontwikkeling van de karakteristiek van deze naoorlogse verkeersverbinding tussen Venlo en Blerick.

Gebiedskarakteristiek

Het in de jaren vijftig gerealiseerde Brugplan van ir. M.P.J.H. Klijnen is een langgerekte aaneenschakeling van singels, bruggen, opritten, rotondes en viaducten tussen de stations in Blerick en Venlo: een afwisseling van knopen en lijnen met begeleidende groenstroken en plantsoenen. Deze royale en deels kruisingsvrije infrastructuur verschaft vrij baan door de stad aan het (goederen)vervoer over de weg en het spoor. Behalve aan het functionele verkeersaspect is in het Brugplangebied ook veel aandacht besteed aan de visuele beleving van de route, door het effectvolle gebruik van de hoogteverschillen, het weidse panorama met het stadssilhouet en de gebogen tracés met zichtlijnen. In dat geënsceneerde stadsbeeld speelt de flankerende bebouwing een belangrijke rol. De knopen in de route worden namelijk gemarkeerd door bijzondere bebouwing en de lijnen begeleid door aaneengesloten wanden direct aan het trottoir. Elke knoop heeft zijn eigen bebouwingskarakteristiek. Aan de Blerickse zijde betreft het individuele bebouwing met bedrijvigheid en bovenwoningen langs de Eindhovenseweg. In de wand aan deze weg is een gematigd modernisme met meer baksteen en betonnen omlijstingen toegepast.

Het Brugplangebied is een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo omdat het een fraai geënsceneerde stadsbeeld is waarin infrastructuur, groen en bebouwing op grootse wijze samenhangend met elkaar zijn ontworpen en dat verschillende stadsdelen ruimtelijk met elkaar verbindt.

Bronnen

  • Brugplan Venlose Katernen

Welstand: Burgemeester Gommansstraat / Mulkenshofweg / Pastoor Stassenstraat / Shakespearelaan-Henriette Roland Holstlaan / Ruijsstraat-Nieuwborgstraat

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op behoud en ontwikkeling van de karakteristiek van deze structurerende wijkontsluitingswegen.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

Deze wegen liggen tussen de verschillende woonwijken in Blerick en benadrukken de eigenheid van de woonwijken. Tevens vormen ze samen een herkenbaar patroon doordat enerzijds sprake is van wegen gericht op het stadsdeelcentrum Blerick (de radialen Burgemeester Gommansstraat-Mulkenshofweg, Pastoor Stassenstraat) en anderzijds wegen in noord-zuidrichting die globaal de ontwikkelingsfasen van Blerick markeren (tangenten Shakespearelaan-Henriette Roland Holstlaan, Ruijsstraat-Nieuwborgstraat).

Centrum Blerick

Welstandsniveau: bijzonder

Het beleid is gericht op behoud en uitbouw van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit en structuur.

Gebiedskarakteristiek

Blerick is oorspronkelijk een typisch Maasdorp dat ontstond op een hoge oeverwal parallel aan de doorgaande langs de westelijke Maasoever. Bebouwing ontwikkelt zich eerst met name langs de Antoniuslaan/Pontanusstraat (Hoogstraat). Op basis van archeologische vondsten lijkt de bebouwing zich in de volle middeleeuwen ook ten noorden van de parochiekerk te hebben uitgestrekt. De oudste historische kaarten laten echter zien dat vanaf de Late Middeleeuwen de woningen - vooral boerderijen - zich alleen langs het zuidelijke deel van de Antoniuslaan en Pontanusstraat uitstrekken. De kerk ligt daarom in de noordoostelijke hoek van het dorpscentrum. De kruising met Antoniuslaan – Helling/Kloosterstraat vormt de belangrijkste infrastructuur in het dorp. Langs Helling/Kloosterstraat en Maasbresestraat, die haaks op de langs de Maas verlopende weg, aansluiten ontwikkelt zich naarmate de tijd verstrijkt ook bebouwing. Deze opzet blijft tot in de negentiende eeuw intact.

In de loop van de negentiende eeuw verandert het agrarische karakter van de bebouwing. De kerk wordt vervangen door een groot neogotisch bouwwerk om de groeiende bevolking op te kunnen vangen. Eerder is al een raadhuis op de hoek Kloosterstraat-Pontanusstraat verrezen. Door de groei van de bevolking, vooral als gevolg van de industrialisatie, wordt de bestaande bebouwing verdicht en de kern vergroot richting westen. rondom Steegstraat, Witherenstraat en Pepijnstraat (De Wieën).

De twintigste eeuw betekent de definitieve omslag van dorp naar een deel van Venlo met stedelijk karakter. Door uitgebreide nieuwbouw vangt Blerick mede de bevolkingsgroei van Venlo op. Als gevolg van oorlogsverwoestingen en vernieuwingsdrang in de jaren zestig en zeventig verdwijnt veel van de oude bebouwing. Daarvoor in de plaats komen grootschalige (stedelijke) voorzieningen en wooncomplexen, waarbij vooral de omgeving van het Laurentiusplein en de Wieën sterk van aanzien verandert. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw zijn het vooral sloop en bouw aan de Antoniuslaan die het uiterlijk van de historische kern wijzigen.

De historische ontwikkeling van de kern Blerick is duidelijk uit de structuur van de Antoniuslaan af te leiden. Het in de negentiende eeuw nog onbebouwde noordelijke deel dat naar de stadsbrug leidt is breder en kent een aantal statige vooroorlogse woonhuizen. De Pontanusstraat, behorend tot de oude dorpskern, is veel smaller en heeft aaneengesloten gevelwanden. Behalve rond het Antoniusplein is aan deze straatwanden echter nog maar weinig bebouwing uit de periode voor 1900 te vinden. Zuidelijker, voorbij de Laurentiusstraat is het gevelbeeld afwisselender (zowel in architectuur, dakopbouw en omvang van de bouwblokken) en verruimt de straat - aan de oorspronkelijke zuidzijde van de dorpskern - zich weer.

Hetzelfde beeld vertoont de Kloosterstraat. Alleen in de omgeving van het Antoniusplein is aan de zuidwand het historische karakter af te lezen aan de vooroorlogse panden. De noordwand wordt gekenmerkt door sobere naoorlogse wederopbouwarchitectuur. De oostwaarts in het verlengde liggende straat Helling laat ook weer de afname in gevelhoogte zien, zodra de bebouwing verder van het oude dorpscentrum af ligt. Door het verdwijnen van de middeleeuwse kerk - de moderne opvolger ligt een stuk noordelijker - mist dit straatje bebouwing aan de noordzijde. De plaats van de dorpskerk wordt nu door een parkeerterrein ingenomen.

Aan het westelijke uiteinde van de Kloosterstraat is het grootschalige stedenbouwkundige denken uit de twintigste eeuw aan de bebouwing af te lezen. De Witherenstraat en Pepijnstraat worden gescheiden door een ruim aangelegd plein, waaraan enerzijds grootschalige nieuwbouw en anderzijds eenvoudige winkelpanden in wederopbouw architectuur zijn te vinden. Noordelijker, aan de oostzijde van de Pepijnstraat, zet het kleinschalige uitbreidingslint met daken evenwijdig aan de straat uit de eerste helft van de twintigste eeuw, zich voort.

De zuidzijde van het centrum wordt vooral gedomineerd door het grootschalige Laurentiusplein en het kleinere Carleysplein, beide laat twintigste eeuwse ontwikkelingen. Aan de verbinding, de Laurentiusstraat, overheerst grootschalige nieuwbouw met winkel- en woonfuncties, maar in de richting van de Steegstraat/Averbodestraat overheerst nog de oudere kleinschalige bebouwing. Die vinden we ook deels terug langs de straten die het centrum aan de westzijde ‘afsluiten’.

De Steegstraat en Averbodestraat. De oostzijde van de Averbodestraat kent overwegend twee bouwlagen met wisselende nokhoogten in vooroorlogse sobere bouwstijl. Op de hoeken met de Witherenstraat en Laurentiusstraat is moderne bebouwing verrezen. Ondanks de toevoeging van moderne bebouwing heeft de Steegstraat het kleinschalige dorpse karakter, ondanks de historische afwisseling in gebouwtypen en -vormen, goed behouden.

Bronnen

  • Nota stadsbeelden
  • Cultuurhistorische verkenning Blerick 2001

Centrum Klingerberg

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op behoud en uitbouw van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit en structuur.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De woonwijk Klingerberg is in de jaren tachtig van de twintigste eeuw gebouwd op de hogere akkergronden ten westen van stadsdeel Blerick. De stedenbouwkundige opzet is typerend voor deze periode: een groendooraderde wijk met een lusvormige wijkontsluitingsweg (Klingerbergsingel) en daaraan woonstraten/-erven die eindigen in de groene zoom rondom de woonwijk. Er is sprake van overwegend eengezinswoningen. De ‘heuvel de Klingerberg’ is geïntegreerd in het Maashofpark, een brede groenzone die rond de woonwijk loopt en eindigt in het Wassumpark. De kern van de wijk is het plein Op den Akker en omgeving. Hier is een meer stedelijke omgeving vormgegeven met meergezinswoningen van vijf bouwlagen en wijkvoorzieningen in de plint.

Bronnen

Centrum Vastenavondkamp

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op behoud en doorontwikkeling tot een karakteristiek wijkcentrum.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De woonwijk Vastenavondkamp is gebouwd in de jaren zestig en is ruim en groen opgezet. Er is een duidelijke functiescheiding tussen wonen en werken, het stratenpatroon is rechthoekig en de straten zijn breed en dienstbaar aan autoverkeer. De wijk wordt omzoomd met groenvoorzieningen. Deze groenvoorzieningen vormt tevens een scheiding met andere woonwijken. Het wijkcentrum in de vorm van een voorzieningenstrook ligt centraal in de wijk op het kruispunt van wijkwegen. De winkelvoorzieningen met appartementen zijn compact rond een expeditiehof gesitueerd en heeft een uitstraling die typisch is voor de zestiger jaren. Diverse andere gebouwen in deze voorzieningenzone zijn de laatste jaren vernieuwd en tonen een gevarieerd eigentijdse architectuur.

Bronnen

Centrum Vossener

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op doorontwikkeling van het hart van de wijk als identiteitsbepalende plek.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

Het hart van de woonwijk de Vossener (jaren zeventig) bestaat uit een bundeling van wijkvoorzieningen te midden van een parkzone. De hoofdontsluitingsweg de Vossenerlaan doorsnijdt het centrumgebied. Markante gebouwen met wijkvoorzieningen accentueren het wijkcentrum. Door de recente vernieuwing hebben de gebouwen in dit wijkcentrum een eigentijdse uitstraling gekregen.

Bronnen

Egerbosbeekdal

Welstandsniveau: bijzonder

Het beleid is gericht op behoud en ontwikkeling van de bestaande karakteristiek.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

Het Egerbosbeekdal ligt aan de noordwestrand van Blerick aan de rand van de wijk Klingerberg. Egerbosbeekdal is een restant van een stelsel oude Maasarmen rondom hoger gelegen akkers. Op de plek van de akkers ligt nu de wijk Klingerberg. De A73 heeft een deel van het beekdal afgesneden en vernietigd. De beleving van het beekdal wordt sterk bepaald door een gebogen verloop dat geaccentueerd wordt door bebouwing op de hoger gelegen binnen- en buitenbocht. De oudere bebouwing in de buitenbocht is traditioneel agrarisch en bestaat uit één bouwlaag met een kap; de lage woonbebouwing aan de rand van Klingerberg heeft een architectuur uit de jaren tachtig. Opvallend vanwege de traditionele architectuur zijn de kapel en de Boekenderhof.

Bronnen

  • Nota stadsbeelden

Eindhovenseweg

Welstandsniveau: bijzonder

Het beleid is gericht op doorontwikkeling van de karakteristiek van de Eindhovenseweg als structurerende en herkenbare stadsradiaal en invalsweg van Venlo.

Gebiedskarakteristiek

De bedrijvigheid in Blerick bestond aanvankelijk uit spoorweg-gerelateerde activiteiten en metaalconstructiebedrijven waarbij de Eindhovenseweg vooral een lokale ontsluitingsfunctie had. Na de Tweede Wereldoorlog werd de betekenis uitgebouwd door de koppeling aan het wederopbouwplan. De Eindhovenseweg zou worden verbonden aan het regionale en landelijke wegennet. Met de komst van de A67 in de jaren zeventig ontstond de huidige betekenis van invalsweg van de Venlo: de infrastructurele en economische oost-west as was toen een feit. De Eindhovenseweg combineert de functie van centrumroute met de ontsluiting van stadsdeel Blerick en het bedrijvengebied Venlo Trade Port. Een beperkt aantal panden is ontsloten via een parallelweg en is op de Eindhovenseweg georiënteerd. er zijn echter veel ‘achterkanten’ langs de Eindhovenseweg ontstaan. De uitstraling van het aangrenzende gebied van de Eindhovenseweg is dan ook onvoldoende tot ontwikkeling gekomen en blijft achter bij de feitelijke betekenis van deze invalsweg.

Hazenkamp

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op het behouden en versterken van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De wijk Hazenkamp is in de jaren veertig en vijftig van de twintigste eeuw gebouwd als een nieuwe rooms katholieke parochie-eenheid. De eerste naoorlogse uitbreidingswijk in Blerick. De ruimtelijke opzet bestaat in hoofdzaak uit een assenkruis van ontsluitingswegen waarlangs groenstroken en voorzieningen (scholen, winkels), een kerkgebouw als beeldbepalende markering op het snijpunt van de kruisende wegen en woonbuurtjes in de vier kwadranten. Karakteristiek voor deze woonbuurtjes is de middelhoge bebouwing langs de randen en rijtjes eengezinswoningen aan de binnenstraten. Exemplarisch voor deze opzet is het noordoostelijke kwadrant met rijtjes middenstandswoningen aan de Alberdingk Thijmstraat (a), blokjes portiekflats aan de Albert Verweijstraat (b), een complex eengezinswoningen aan de achterliggende straten (c) en de kerk aan het centrale wijkplein (d). Dit wederopbouwensemble is integraal uitgevoerd in een traditionalistische bouwstijl met gemetselde, relatief gesloten gevels van roodbruine baksteen, twee en drie bouwlagen en zadeldaken met rode pannen. Deze algemene karakteristiek betrekt de onderdelen van het ensemble op elkaar. In aanvulling daarop heeft elk onderdeel ook zijn eigen onderscheidende elementen en accenten, namelijk:

De middenstandswoningen onderscheiden zich door een relatief rijke detaillering met onder andere een entreeomlijsting van latei op lisenen, een blokvertanding en fries in gele baksteen (decoratieve accenten), een tussenwoning als middenrisaliet (geleding van de straatwand), een grindbetonnen raamwerk met siermetselwerk tussen de ramen op de bovenste slaapverdieping (horizontale accentuering van de rij als geheel), een Frans balkon, een bakgoot op klossen, dakkapellen en een gemetselde tuinmuur. Een regelmatige indeling in vensterassen zorgt voor een rustig straatgevelbeeld.

De drielaags portiekflats staan op een souterrain en hebben als enige accent uitgebouwde portieken met latei op lisenen. Een regelmatige indeling in vensterassen zorgt voor een rustig gevelbeeld. De flats worden omringd door gemeenschappelijke voor- en achtertuinen en maken deel uit van een identiek bebouwingspatroon langs de wijkontsluitingswegen (wanden als stedelijke begeleiding van de hoofdstructuur).

Het complex eengezinswoningen binnen het kwadrant heeft een tuindorpachtige opzet met geknikte straten, wigvormige pleintjes, verspringende rooilijnen, omhaagde voortuinen en diepe binnenterreinen (deels voor gemeenschappelijke doeleinden). Het gevelbeeld wordt in belangrijke mate bepaald door de plaatsing van de ramen en deuren: verticaal geordend in regelmatige vensterassen en horizontaal trapsgewijs verspringend in halve niveaus. Karakteristiek is de trapeziumvorm van de kleine raampjes in het souterrain, op de verdieping en boven enkele voordeuren. Opvallend zijn de bordestrappen bij enkele entrees, de smeedijzeren raamhekken en de steunberen op de hoeken. De architectonische verschijningsvorm is uitgesproken traditioneel en ambachtelijk. Veel originele ramen zijn vervangen door kunststof exemplaren en voorzien van rolluiken.

Als hoofdgebouw van het ensemble is de basilicale St. Hubertuskerk (architect J.B.H.M. Ramaekers, 1953-1954) het meest onderscheidend en versierd. Dat komt tot uitdrukking in de solitaire iets gedraaide ligging op een groen ingericht bouwveld, alsmede in de toepassing van rollagen, hoekblokken, deklijsten, rondbogen, zuilen, roosvenster en gesmoorde pannen. De geplande klokkentoren (landmark) is nooit gerealiseerd.

Het noordoostelijke kwadrant van de wijk Hazenkamp is een exemplarische en complete bouwsteen in ruimtelijk, functioneel en architectonisch opzicht, conform de opvattingen van de vroeg-naoorlogse parochiegedachte waarin hiërarchie, gemeenschap en orde een belangrijke rol spelen. Daarom is dit kwadrant een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo.

Horsterweg Blerick

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op het vergroten van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De Horsterweg is van oorsprong de oude verbinding tussen Blerick en Horst. In de eerste helft van de twintigste eeuw ontwikkelde zich lintbebouwing langs deze weg, waarbij de voorgevels van de woonhuizen soms dicht op de weg liggen. De rooilijn verspringt echter meermaals - zeker bij bebouwing van latere datum - waardoor een onrustig straatbeeld is ontstaan.

Langs de Horsterweg overheerst de woonbestemming, maar op enkele plekken tussen de woonbebouwing zijn solitaire kleinere bedrijfjes gelegen. Omdat het verkeer nu hoofdzakelijk via de Eindhovenseweg wordt afgewikkeld is er weinig doorgaand verkeer. Bovendien is de weg ingeklemd tussen het Blerickse spooremplacement en bedrijventerrein Ubroek wat het besloten karakter van de weg versterkt.

Klingerbergsingel

Welstandsniveau: regulier

Het welstandsbeleid is gericht op behoud en ontwikkeling van de bestaande karakteristiek van deze structurerende wijkontsluitingsweg.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De stedenbouwkundige opzet van de woonwijk Vossener is typerend voor de tachtiger jaren: een groendooraderde wijk met een lusvormige wijkontsluitingsweg en daaraan woonstraten/-erven die eindigen in de groene zoom rondom de woonwijk. De Klingerbergsingel is als wijkontsluitingsweg bepalend voor de structuur en herkenbaarheid van deze woonwijk. De begeleidende bebouwing van deze weg is overwegend lagere aaneengesloten woonbebouwing. Er is weinig differentiatie in bouwstijlen en woontypen.

Bronnen

Lambertusplein

Welstandsniveau: bijzonder

Het beleid is gericht op behoud van de stedenbouwkundige opzet en kwaliteit van dit plein en aangrenzende bebouwing.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

Het Lambertusplein in het stadsdeel Blerick, ligt iets ten noorden van het centrale winkelcentrum van Blerick. Op het akkerveld, dat hier voor de aanleg van het plein lag, werden vanaf 1920 de eerste woningen gebouwd. Het betreft vooral huizen van notabelen die in een groene omgeving wilden wonen. Ook na de Tweede Wereldoorlog werden langs een deel van de straten rondom het plein nog woningen gebouwd. Eén daarvan was de honderdduizendste nieuwbouwwoning die na de oorlog in Nederland tot stand kwam. Koningin Juliana was in 1949 bij de officiële overdracht aan de bewoners. Het plein wordt omzoomd door een bomenlaan in een groene randzone. Het binnendeel dat oorspronkelijk onverhard was, wordt regelmatig voor evenementen gebruikt. In 1992 werd het plein gereconstrueerd, maar aan de omringende bebouwing in traditionele baksteenbouw met twee verdiepingen veranderde niet veel.

Maasbreesestraat

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op behoud en ontwikkeling van de karakteristiek van een oude invalsweg van Blerick.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De Maasbreesestraat bevindt zich tussen de Pontanusstraat/Baarlosestraat en de Guido Gezellestraat. De Steegstraat en de Averbodestraat/Hoekstraat monden op de Maasbreesestraat uit, die al op het oudst bekende kaartmateriaal uit de zestiende eeuw voorkomt. Zoals de naam al aangeeft is het een onderdeel van de oorspronkelijke wegverbinding met Maasbree. Tot het welstandsgebied behoort het deel tussen de Pontanusstraat en de Vliegenkampstraat/Ruijsstraat.

De bebouwing wordt gekenmerkt door een grote diversiteit. Er zijn zowel één- als tweelaags huizen enkele, dubbele en gekoppelde panden. Op de hoek met de Pontanusstraat bevindt zich een markant café uit de jaren dertig, gekoppeld aan een woonhuis, dat ten opzichte van de rooilijn aan de Pontanusstraat, terug ligt. Dit is ook één van de jongste gebouwen in de straat. De overige bebouwing is ouder en gaat terug tot de late negentiende en vroege twintigste eeuw. Alle daken liggen evenwijdig aan de straat, slechts bij twee panden doorbroken door Vlaamse geveltjes. Het hoekpand bij de Steegstraat is qua vormgeving identiek aan Kloosterstraat 1 en 15, in neorenaissance-stijl met geprofileerde baksteen. (Ook de zuidzijde heeft een vergelijkbare opzet).

In een deel van de Maasbreesestraat is de bebouwing uit de vroege twintigste eeuw, behorend bij de vroege uitbreidingen van het dorp, gesloopt. De diversiteit in hoogte en grootte is zeer karakteristiek.

Bronnen

  • Cultuurhistorische verkenning Blerick 2001

Maasfront

Welstandsniveau: bijzonder

Het beleid is gericht op behoud de bestaande beeldkwaliteit en ontwikkeling van een karakteristiek rivierfront.

Gebiedskarakteristiek

Venlo heeft een karakteristieke ligging aan de Maas. Het rivierfront aan de Maas maakt het beeld en de identiteit van Venlo. Dit rivierfront bestaat uit bosschages, landelijk gebied en bebouwing op het hoger gelegen Maasterras. Met name appartementengebouwen, villa’s en de Océ-bedrijfsbebouwing getuigen van de stedelijkheid en de laatste ook van economische kracht. Cultuurhistorisch zeer bijzonder is het erfgoed van ‘Kapelleke van Genooi’ en de naastgelegen oude hoeve.

Het Maasfront valt deels samen met de Urbanusweg, een van de routes naar het centrum. De waterkeringen – met name de betonnen keerwanden – vormen een verstoring in het overwegend groene oeverlandschap. Ook de bedrijfsloodsen van Océ-Canon detoneren in het rivierfront.

Bronnen

  • Stadsbeelden, nota

Molenbossen

Welstandsniveau: bijzonder

Het beleid is gericht op het behouden van de bestaande beeldbepalende kwaliteit.

Gebiedskarakteristiek

De Molenbossenflats zijn in de tweede helft van de jaren zestig gebouwd in een ultieme poging om de voortdurende woningnood te lenigen. Het experimentele en kostenbesparende karakter van dit complex komt tot uitdrukking in de toepassing van een nieuwe woningtypologie (galerijflats), schaalvergroting (608 woningen in elf en dertien bouwlagen), industrialisatie (gietbouwsysteem Wilma) en standaardisatie (herhaling van identieke flats en woningen). De ruimtelijke opzet bestaat uit vier vrijstaande flats die schuin achter elkaar zijn geplaatst in een strokenverkaveling met een onderlinge afstand van circa honderd meter. De woonkamers en balkons liggen aan de zonnige zuidzijde en de galerijen aan de noordzijde. Het maaiveld is ingericht als een glooiende gemeenschappelijke tuin met een landschappelijke aanleg die aansluit op het natuurpark van de winterbedding op de linker Maasoever.

De geknikte schijfvormige flats hebben elk een vleugel van elf en een vleugel van dertien bouwlagen, beide met plat dak. De vleugels zijn ongelijk van lengte en verspringen zes meter ten opzichte van elkaar ter plaatse van het trappenhuis. Deze afwisseling in bouwvolume, hoogte, lengte en rooilijn zorgen voor een expressief bebouwingsbeeld en een markante begrenzing van de bebouwde kom met fraai uitzicht over de Maasvallei. De flats zijn uitgevoerd in een modernistische betonarchitectuur met een zakelijke uitstraling waarin de nadruk ligt op de collectiviteit van deze gestapelde woonvorm. Karakteristiek voor de noordgevels zijn de horizontale lijnen en de plastische werking van de uitkragende galerijen, de regelmatige herhaling van symmetrisch ingedeelde houten puien met grote glasruiten aan weerszijden van de voordeuren en de uitgebouwde trappenhuizen met lift. De zuidgevels hebben eveneens een horizontale opbouw en een plastische werking door de betonnen vloerbanden en de uitkragende balkons. Het zakelijke, repeterende en massale karakter van de architectuur wordt enigszins ‘verzacht’ door de decoratieve wand van prefab betonelementen in de trappenhuizen (behoudenswaardig) en het opvallende in 1996-1997 uitgevoerde buitenschilderwerk in felle, geleidelijk verlopende kleuren als ware het een ondergaande zon: rood midden onder en oranje / geel naar de randen van de gevels (beeldbepalende toevoeging).

De flats aan de Maas zijn door één nieuw aangelegde ontsluitingsweg (Molenbossen), die aan de westzijde langs de flats voert, bereikbaar. Laanbeplanting en groenstroken langs deze weg zorgen ervoor dat de flats en de parkachtige omgeving fysiek worden gescheiden van de bebouwing aan de westzijde.

Dankzij het expressieve bebouwingsbeeld, de open verkaveling en de markante situering is de Molenbossen een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo.

Bronnen

  • Venlose katernen 4 - De Molenbossenflats (beschikbaar bij het gemeentearchief

Vossenerlaan-Goethelaan-Dickenslaan

Welstandsniveau: regulier

Het beleid is gericht op doorontwikkeling tot een structurerende wijkweg met een evenwichtig straatbeeld.

  • Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.

Gebiedskarakteristiek

De woonwijk Vossener met een tuindorp-karakter is ruim van opzet met veel groenvoorzieningen. Er is grote verscheidenheid in laagbouwwoningen: eengezins-, senioren-, rijtjes- en vrijstaande woningen, waarbij eengezinswoningen overheersen.

De ruimtelijke structuur van de woonwijk Vossener wordt gevormd door de lusvormige wijkontsluitingsweg van Vossenerlaan, Goethelaan en Dickenslaan. De omringende woonbuurten bestaan uit woonerven en straten die uitlopen in de groenvoorzieningen die de wijk omringen. De structurerende wijkontsluitingsweg doorsnijdt het wijkcentrum en wordt overwegend begeleid door lagere woonbebouwing die typisch zijn voor de jaren zeventig. Plaatselijk wordt het beeld van deze weg verstoord doordat bijgebouwen het straatbeeld bepalen.

Bronnen

Bronbestanden aanvragen

De beschikbare bronbestanden (pdf’s) voor de bovenstaande gebieden zijn niet online te bekijken of te downloaden. U kunt deze bestanden wel opvragen ter inzage. Wij leggen ze dan voor u klaar in het Stadskantoor.