Welstand Venlo Noord
Als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling gelden de redelijke eisen van welstand.
Buurtcentrum Venlo-Noord
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht op versterking van de identiteit en herkenbaarheid van het buurtcentrum.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
Genooi was voor de Tweede Wereldoorlog een afgelegen, noordelijke enclave met verspreide bebouwing die in de jaren veertig en vijftig werd uitgebouwd tot de St. Nicolaasparochie. De Nicolaaskerk werd het middelpunt van een arbeiderswijk die nauw verbonden was met fabrieken als Océ en Koverto. Dat parochiecentrum werd gebouwd tussen het bestaande Agnes Huynblok en het aan te leggen Meeuwbeemdpark. Karakteristiek is het onderscheid tussen de beslotenheid van het vooroorlogse woonblok en de open opzet van het naoorlogse parochiecentrum.
De ruimtelijke opzet van het Agnes Huynblok bestaat uit een rechthoekig gesloten carré van aaneengeschakelde eengezinswoningen met private voor- en achtertuinen. Omdat hoekwoningen binnen een gesloten blok een moeilijke bezonning hebben, zijn de hoeken van het carré plastisch uitgevoerd met gevelsprongen en inkepingen. De woningen hebben afwisselend één en op de hoeken twee bouwlagen met roodbruin gemetselde gevels onder hoog oprijzend zadel- en schilddak met gesmoorde pannen en bakgoten. De individuele woningen zijn afleesbaar aan het ritme van voordeuren, dakkapellen, puntgevels met hoger opgetrokken steekkappen en natuurlijk de inrichting van de voortuinen. Omdat twee oorspronkelijke woningen zijn samengevoegd tot één grote woning zijn de voordeuren om en om dichtgezet. Een betonnen cordonlijst bovenlangs de deuren en ramen zorgt samen met het witte hout van de bakgoot en het overstek van de brede dakkapellen voor een horizontaal accent in het gevelbeeld. De vernieuwde deuren, ramen, dakpannen en houten boeiboorden zorgen voor een opgepoetst gevelbeeld waarin het historische patina enigszins ontbreekt. Geïntegreerde, eenvoudige poorten verschaffen voetgangers toegang tot het binnenterrein. Halverwege de rij aan de Genooyerbergen is één tussenwoning gesloopt om een doorgang voor auto’s te forceren naar het binnenterrein. Daar is een parkje met parkeervakken.
De ruimtelijke opzet van het aangrenzende parochiecentrum bestaat – in aansluiting op het Meeuwbeemdpark - uit een groot groen bouwveld met daarop een parochiehuis, een kerkgebouw, een pastorie en winkels rond een plein. Als eerste werd in 1949 de zogeheten Witte Kerk gebouwd (J. Kayser): een parochiehuis met onderwijsvoorzieningen, een tijdelijke kerk, een toneel- en bioscoopzaal. Dit gebouw in traditionalistische stijl bestaat uit een samengestelde hoofdvorm met torens, schip en aanbouwen in wisselende hoogtes en breedtes, als ware het een basilicale kerk. De wit geschilderde bakstenen gevels zijn voorzien van natuurstenen details en worden verticaal geleed door getoogde spaarvelden en dito vensters. Het dak is samengesteld uit ingeknikte zadeldaken met gesmoorde pannen, zinken mastgoten en een reeks kleine dakkapellen. Het gebouw doet thans dienst als gemeenschapsgebouw en is aan weerszijden ingesloten door nieuwbouw. De definitieve kerk naar ontwerp van J. van der Grinten aan de overzijde van het plein dateert uit 1961. Het ongebruikelijk moderne en typologisch vernieuwende van dit kerkgebouw komt onder andere tot uitdrukking in de tweezijdige oriëntatie, de doosvorm met grotendeels gesloten gevels, het flauw hellende dak met langgerekt daklicht en de cilindervormige doopkapel met kegelvormig ‘dak’ en oculus. Opmerkelijk aan het metselwerk zijn de paarsrode klinkers, de afgeschuinde steunberen, het verdiepte reliëf en het willekeurige patroon van glazen bouwstenen. De entrees en ramen zijn opgevat als eenvoudige rechthoekige gevelopening met respectievelijk dubbele glazen deur in metalen profielen en glazen bouwstenen met een bovenlicht van vensterglas. De vrijstaande, open klokkenstoel van stalen I-profielbalken markeert een voetpad dat langs de pastorie naar de kerk leidt. De tegen de helling gebouwde pastorie is in samenhang met de kerk ontworpen en bestaat eveneens uit een doosvorm van één/twee bouwlagen met flauw hellend dak, uitgevoerd in donkerbruine baksteen met terugliggende entree- en vensterpuien waardoor portieken en balkons ontstaan.
De omgeving van de Nicolaaskerk manifesteert zich als een stedenbouwkundig accent in het hart van de wijk Genooi, met conform de parochiegedachte een combinatie van kerk, pastorie en buurtwinkels aan een voorplein. Het traditionalistische parochiehuis en het ultramoderne kerkgebouw staan qua bouwstijl maar ook letterlijk tegenover elkaar. Dat roept als ensemble een spannend beeld op. Het Agnes Huynblok voegt daar een architectonisch verzorgd en stedenbouwkundig uniek carré aan toe. Het geheel is een bijzonder waardevol ensemble voor de gemeente Venlo.
Bronnen
- Architectuur en Stedenbouw 1940-1970 (PDF)
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
Maasfront
Welstandsniveau: bijzonder
Het beleid is gericht op behoud de bestaande beeldkwaliteit en ontwikkeling van een karakteristiek rivierfront.
Gebiedskarakteristiek
Venlo heeft een karakteristieke ligging aan de Maas. Het rivierfront aan de Maas maakt het beeld en de identiteit van Venlo. Dit rivierfront bestaat uit bosschages, landelijk gebied en bebouwing op het hoger gelegen Maasterras. Met name appartementengebouwen, villa’s en de Océ-bedrijfsbebouwing getuigen van de stedelijkheid en de laatste ook van economische kracht. Cultuurhistorisch zeer bijzonder is het erfgoed van ‘Kapelleke van Genooi’ en de naastgelegen oude hoeve.
Het Maasfront valt deels samen met de Urbanusweg, een van de routes naar het centrum. De waterkeringen – met name de betonnen keerwanden – vormen een verstoring in het overwegend groene oeverlandschap. Ook de bedrijfsloodsen van Océ-Canon detoneren in het rivierfront.
Bronnen
- Stadsbeelden, nota (PDF)
Nijmeegseweg / Krefeldseweg
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandbeleid is gericht op instandhouding van en voortbouwen op het karakteristieke beeld uit de wederopbouwperiode.
Gebiedskarakteristiek
In de jaren vijftig en zestig is aan de noord-oostzijde van Venlo een nieuwe infrastructurele hoofdstructuur aangelegd, bestaande uit de Nijmeegseweg (randweg), de Krefeldseweg (uitvalsweg over het opgebroken tracé van de Köln-Mindener Bahn) en het Europaplein op de kruising (rotonde). Deze grootschalige op de groeiende automobiliteit afgestemde infrastructuur heeft een groene parkachtige zoom als ruimtelijke inbedding en aan de stadszijde een (middel)hoge bebouwingswand als stedelijke begeleiding. In de ontwikkeling van deze wand zijn drie fasen te onderscheiden, met grootschaligheid en collectiviteit als oplopende constanten.
Het oudste omstreeks 1955 opgetrokken deel ter plaatse van de Rembrandtstraat bestaat uit een langgerekte aaneengesloten wand van drie bouwlagen met beneden-bovenwoningen. De wand met voorlangs een eigen stoepje staat direct aan het trottoir en vormt een harde begrenzing tussen de groene zoom en de stad. In de lengterichting wordt de wand opgedeeld in secties doordat enkele entreepartijen iets terug zijn geplaatst. Zo wordt de massaliteit enigszins gereduceerd en de suggestie gewekt van een reeks losse woonblokjes. Het traditionalistische gevelbeeld wordt in hoofdzaak bepaald door gemetselde relatief gesloten gevels van roodbruine baksteen, muizentandlijsten en stroomlagen als decoratieve elementen, een ritmische herhaling van identieke ramen en deuren, een wit geschilderde derde bouwlaag die als horizontale band de gestrektheid van de totale wand accentueert en het zadeldak met gesmoorde pannen en houten bakgoten op klossen. De bordestrappen naar de gekoppelde voordeuren van de bovenwoningen zijn vernieuwd.
Het in de tweede helft van de jaren vijftig opgetrokken deel ter plaatse van de Gebr. Van Eykstraat en Frans Halsstraat bestaat uit een reeks portiekflats in een speels geknikte zaagtandverkaveling. De wand met voorlangs een eigen stoepje staat direct aan het trottoir en vormt een meer rafelige begrenzing tussen de groene zoom en de stad. De portiekflats hebben een souterrain en drie bouwlagen onder flauw hellend zadeldak. Het idee van de wand is versterkt door de intervallen op de hoeken dicht te zetten door vierlaags ‘torens’ met trappenhuis. In het gevelbeeld gaan traditionele en moderne elementen hand in hand. Traditioneel zijn de gemetselde, vrij gesloten gevels in roodbruine baksteen met een verticale geleding van afwisselend portieken, balkons en vensterassen. Modern en decoratief is de toepassing van prefab betonelementen voor puien, raamomlijstingen en balkons. Beeldbepalend is bovendien de plasticiteit van de gevels ter plaatse van de (inpandige) balkons in de kop- en langsgevels. De originele ramen zijn vervangen door kunststof exemplaren.
Het in de jaren zestig opgetrokken deel ter plaatse van de Jan Vermeerstraat (zie ook Venlo-oost, deelgebied Krefeldseweg) en de Krefeldseweg bestaat uit portiek- en galerijflats in een open verkaveling van gestempelde stroken en hoven. De wand heeft hier het karakter van een meanderend patroon van schijfvormige flats van verschillende lengtes in drie, zes en tien woonlagen op souterrains of garages. Het Europaplein wordt aan weerszijden van de Krefeldseweg gemarkeerd door hoogteaccenten, als ware het een stadspoort. De solitaire flats staan in de parkachtige zoom waardoor groen en bebouwing zijn geïntegreerd in een open stadsbeeld met gemeenschappelijke tuinen. De flats zijn uitgevoerd in een modernistische architectuur met een zakelijke uitstraling waarin de nadruk ligt op de collectiviteit van deze gestapelde woonvorm. Karakteristiek is het horizontale accent in de gevelopbouw: hetzij een afwisseling van betonnen banden en gemetselde stroken met vensters, dan wel een herhaling van uitkragende galerijen. Verdiepte portieken, loggia’s en uitkragende balkons verlenen de ‘dozen’ enige plasticiteit. De gevelkarakteristiek varieert van gesloten metselwerk tot transparante glaspuien. In vergelijking met de voorgaande periode is het kleurgebruik fris en licht: gelige baksteen, onbehandeld beton, blauw en wit. Ramen, puien en balkons zijn keurig geordend binnen een regelmatig gevelraster. Portieken en lifttorens ritmeren de straat.
De combinatie hoofdwegen, groene zoom en bebouwingswand ter plaatse van de Nijmeegseweg, Krefeldseweg en Europaplein betreft een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo omdat het binnen één langgerekt stedenbouwkundig gebaar toont hoe het repertoire en de typologieën voor een stedelijke wand zich in korte tijd evolueerden.
Bronnen
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Architectuur en Stedenbouw 1940-1970 (PDF)
Sint Urbanusweg-Oude Venloseweg / Hogeweg / Veldenseweg / Straelseweg / Van der Grintenstraat / Karbindersstraat
Welstandsniveau: regulier
Het welstandsniveau is hier regulier met uitzondering van het zuidelijk deel Urbanusweg en Straelseweg waar het niveau bijzonder is.
Het beleid is gericht op versterking van de herkenbaarheid van de structurerende wijkwegen en stadsinvalsweg. De Urbanusweg ten zuiden van de Karbinderstraat is behalve als centrumroute ook van belang voor het Maasfront. Het welstandsbeleid voor de Straelseweg ten zuiden van het Gelreplein is bovendien van cultuurhistorisch belang.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
Venlo-Noord heeft in de twintigste eeuw een omvangrijke ontwikkeling doorgemaakt. Oude landwegen en de planmatig aangelegde wegen zijn in de twintigste eeuw verstedelijkt en vormen nu de ruimtelijke dragers van de wijk. De ruimtelijke structuur van Venlo-Noord heeft van oudsher een sterke noord-zuid oriëntatie. Het grootste deel van Venlo-Noord is een woongebied. De zone langs de Maas heeft het karakter van een natuurgebied waarbij de Océ-campus is ingebed in een bosrijke omgeving.
De wijk is niet geleidelijk ‘van binnen naar buiten’ gegroeid. Door uitgeplaatste bedrijven, glastuinbouw en een ziekenhuis is een lappendeken van karakteristieken ontstaan. Dit gedifferentieerde beeld is bij de verschillende wijkwegen goed zichtbaar. Laanbeplanting bij deze wegen verzacht abrupte overgangen in de verschijningsvorm van de bebouwing.
Een aantal straten zijn centrumgericht en vertonen richting centrum een stedelijker beeld en veranderen van open in aaneengesloten bebouwing. Bovendien is door de toevoeging van bebouwing in latere tijden een gevarieerd straatbeeld ontstaan.
Structurerende radiaalwegen van dit type zijn:
- Sint Urbanusweg: het beeld is een mix van bedrijfsbebouwing van Océ én burgerwoningen in een groene setting. De diverse bedrijfsgebouwen van Océ volgen de bouwtrends van de ontstaansperiode. De woonbebouwing bestaat overwegend uit villa’s van verschillende bouwperioden.
- Straelseweg: de straat is een onderdeel van de oude kaarsrechte noordelijke invalsweg van Venlo (zgn. Napoleontische weg). De ontwikkeling van de diverse woonwijken heeft een gevarieerd beeld van de weg doen ontstaan. De Straelseweg ten noorden van het Gelreplein heeft het open karakter van de Wederopbouw (jaren vijftig/zestig) met appartementenblokken en rijenwoningen. Ten zuiden van het Gelreplein is sprake een stedelijk karakter met aaneengesloten bebouwing. De architectuur van de bebouwing kent allerlei stijlen en is een menging van bijzonder en eenvoudig.
- Hogeweg: deze weg verbindt verscheidene woonbuurten met een zeer verschillend karakter. Het beeld wisselt van lintbebouwing tot een open verkaveling met maisonnettes. Doordat aanliggende woonbuurten in verschillende perioden zijn ontstaan is een ‘geblokte’ mix van bouwstijlen ontstaan.
Tussen de radiale hoofdwegen zijn een aantal belangrijke dwarsverbindingen ontstaan (tangenten). De verschijningsvorm bij deze wegen is eenduidiger doordat sprake was van een kortere ontwikkelingsperiode.
Structurerende wegen van dit type zijn:
- Veldenseweg: bestaat uit grotendeels rijenwoningen in een sobere traditionele stijl. Een onderbreking van dit karakter vormt een buurtje met maisonnettes in een open setting.
- Karbinderstraat: het straatbeeld wordt bepaald door gerenoveerde rijenwoningen in een sobere traditionele stijl. Op nog braakliggende terreinen vindt eigentijdse woningbouwplaats in een open en groene setting.
- Van der Grintenstraat: verschijningsvorm wordt bepaald door bedrijfsbebouwing in een bosachtige omgeving. De bouwstijl volgt de trend van de ontstaansperiode.
Bronnen
- Architectuur en Stedenbouw 1940-1970 (PDF)
Wijkcentrum Gelreplein
Welstandsniveau: bijzonder
Het beleid is gericht op versterking van de herkenbaarheid van het ‘hart’ van de wijk aan en rondom het Gelreplein.
Gebiedskarakteristiek
Het Gelreplein is door de wegen die hier samenkomen als vanzelfsprekend het centrum van de wijk. Aan en nabij het Gelreplein zijn het merendeel van de wijkvoorzieningen gesitueerd. Het beleid is gericht op versterking van het wijkcentrum. De voorwaarden voor verankering van de wijkidentiteit zijn voldoende aanwezig in bijzondere bebouwing en functies, het scala aan voorzieningen en de herkenbare pleinvorm. De bebouwing rondom het Gelreplein is gevarieerd. Behalve een kerkgebouw in traditionele stijl is er sprake van eigentijdse architectuur bij een supermarkt en een appartementengebouw met commerciële plint.
Bronbestanden aanvragen
De beschikbare bronbestanden (pdf’s) voor de bovenstaande gebieden zijn niet online te bekijken of te downloaden. U kunt deze bestanden wel opvragen ter inzage. Wij leggen ze dan voor u klaar in het Stadskantoor.