Welstand Venlo Oost
Als uitgangspunt voor iedere welstandsbeoordeling gelden de redelijke eisen van welstand.
Beeldkwaliteitsplan Nieuw Manresa
Welstandsniveau: beeldkwaliteitsplan
Het kader voor de ontwikkeling van de woonbuurt Nieuw Manresa is het beeldkwaliteitsplan.
Gebiedskarakteristiek
Het plangebied ligt in Venlo-Oost op het voormalig landgoed Manresa. Huize Manresa was een klooster en retraitehuis in de oostelijk bantuin Leutherberg, gelegen bovenop de steilrand. Het complex werd steeds minder gebruikt en is in het begin van de 21ste eeuw gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouwwoningen. Het Manresa terrein aan de Casinoweg in Venlo-Oost wordt herontwikkeld tot een duurzame woonbuurt in een bosachtige omgeving. Het vertrekpunt van het beeldkwaliteitsplan is het wonen in een parklandschap op het plateau en wonen op de steilrand van Venlo. Op de plek van het voormalige klooster is een ensemble van appartementen voorzien met uitzicht over de stad en het park. De overige bouwblokken zijn duidelijk afgebakend ten opzichte van het groen. Centraal in het plan ligt een groene ruimte met enkele (monumentale) bomen.
Het voorliggende beeldkwaliteitsplan geeft een toelichting op het stedenbouwkundig plan en het landschapsplan. Daarnaast dient het document als een inspiratie kader voor de verdere uitwerking. Het is een bewuste keuze om niet alles tot op detail vast te leggen. Daarmee wordt voldoende ontwerpvrijheid gewaarborgd voor verdere uitwerking door architecten.
Bronnen
- Beeldkwaliteitsplan Nieuw Manresa (PDF)
Beeldkwaliteitsplan Bloemenbuurt
Welstandsniveau: beeldkwaliteitsplan
Het kader voor de ontwikkeling van de woonbuurt Bloemenbuurt is het beeldkwaliteitsplan.
Gebiedskarakteristiek
Aan de zuidoostzijde van de bebouwde kom van Venlo ligt op de Leutherberg de Bloemenbuurt. Het beeldkwaliteitplan is bedoeld om de transformatie van voormalige ‘noodwoningen’ naar vrijstaande woningen te sturen. De belangrijkste aspecten in het BKP zijn architectonische vormgeving van de woningen en de inrichting van de straatruimte. Het vertrekpunt van het BKP is de riante ligging van de woningen op een groot kavel in een bosrijke omgeving. Eén van de beeldbepalende aspecten van de Bloemenbuurt is de wisselende oriëntatie van de woningen op de straat. Er worden verschillende typen onderscheiden met elk hun eigen beeldkwaliteit. Voor de vormgeving van de villa’s is een set van maatregelen opgenomen in het beeldkwaliteitsplan.
Bronnen
- Beeldkwaliteitsplan Bloemenbuurt (PDF)
Beeldkwaliteitsplan Nieuw Stalberg
Welstandsniveau: beeldkwaliteitsplan
Het kader voor de ontwikkeling van de villawijk Nieuw-Stalberg is het beeldkwaliteitsplan.
Gebiedskarakteristiek
Tussen natuurgebied Groote Heide en de Postweg, die nu de begrenzing vormt van de stad, wordt Nieuw Stalberg gerealiseerd. Dit is een uitbreiding van de bestaande Villawijk Stalberg. In de ruime opgezette en groene villawijk is ruimte voor circa 200 villa’s. De hoofdontsluiting en aanliggende groene zone is een structurerend element voor de gehele villawijk. De hoofdstructuur vormt een lus tussen de Karel van Egmondstraat en de Stalbergweg. De woonstraten worden ingericht als 30 km-zone. Voor de vormgeving van de villa’s is een set van maatregelen opgenomen in het beeldkwaliteitplan. Het streven is gericht op een eigentijdse kwalitatieve architectuur en uitstraling.
Bronnen
- Bestemmingsplan Villawijk Stalberg-Oost
- Beeldkwaliteitsplan Nieuw Stalberg, fase 1 (PDF)
- Beeldkwaliteitsplan Nieuw Stalberg, fase 2 (PDF)
- Beeldkwaliteitsplan Nieuw Stalberg, fase 3 (PDF)
Buurtcentrum Leutherberg
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht om de buurt- en wijkvoorzieningen een prominente en herkenbare uitstraling te geven binnen de aangewezen clusterlocaties.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
De uitbreidingswijken in Venlo-Oost zijn geformeerd rond een aantal parochiecentra met de daarbij behorende buurt- en wijkvoorzieningen. Door een lagere bewoningsintensiteit in de woonwijken nam het draagvlak voor deze wijkvoorzieningen af. Binnen de wijken in Venlo-oost heeft de gemeente Venlo de nadruk verschoven naar een tweetal clusters, namelijk de Maagdenberg en Vinckenhof. ‘Op de Leutherberg’ is nog ruimte en behoefte voor een ondersteunend buurtcentrum. De bedoeling is dat deze wijkcentra sociaal-maatschappelijk de identiteitsdragers worden van Venlo-oost. Het wijkcentrum Leutherberg ligt centraal aan een wegenas waarbij een mix van vrijstaande bebouwing en meerdere woningen onder één kap is te vinden. De wederopbouw architectuur is aangevuld met jongere bebouwing.
Bronnen
- Bestemmingsplan Venlo-Oost
- Wijkvisie Venlo-Oost (PDF)
De Tichelarij
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandbeleid is gericht op behoud van en voortbouwen op de bestaande waardevolle karakteristiek.
Gebiedskarakteristiek
In de jaren zestig van de twintigste eeuw werd de fraaie landschappelijke situatie van het Rijnbeekdal benut voor de aanleg van een aangrenzende woonbuurt voor welgestelden. Wigvormige plantsoenen verbinden het groen van het beekdal met een langgerekte groenstrook annex waterpartij in het midden van de woonbuurt. De ruimtelijke structuur wordt in hoofdzaak bepaald door drie evenwijdige, licht gebogen straten: de Herungerweg als historisch lint aan de noordzijde, de Eugeniasingel als randweg langs het Burg. Bergerpark en de Tichelarij met centrale groenstrook en waterpartij als ruggengraat van de buurt. Aan de open kopse zijde van de groenstrook is een school gebouwd aan de overzijde van de Laaghuissingel. De markante sheddaken van het schoolgebouw staan precies in de zichtlijn. De langstraten van de woonbuurt worden door korte dwarsverbindingen met elkaar verbonden. De verkaveling bestaat uit - in de rooilijn geplaatste - (half)vrijstaande woningen op ruime kavels. De woningtypologie varieert per straat:
- Herungerweg: (half)vrijstaande woningen van twee bouwlagen met kap achter een voortuin met tuinmuurtje. De vooroorlogse woningen uit het interbellum hebben overwegend een samengestelde hoofdvorm met metselwerk van roodbruine baksteen en markante kappen met pannen of riet. De veelal iets kleinere naoorlogse woningen hebben overwegend een rechthoekig grondplan met wit geschilderde bakstenen gevels en een zadeldak met gesmoorde pannen en een nok afwisselend evenwijdig en haaks op de straat. Elke woning heeft iets eigens: een dakkapel, balkon, erker, vensterluiken en/of houten gevelbeschot. Het architectuurbeeld is overwegend traditionalistisch.
- Eugeniasingel: (half)vrijstaande naoorlogse woningen van twee bouwlagen met kap achter een omhaagde voortuin. Door de oriëntatie op het park zitten de voordeuren veelal in de zijgevels en hebben de voorgevels grote ramen. De woningen hebben overwegend een rechthoekig grondplan met bakstenen gevels (wit geschilderd of gele baksteen) en een (flauw hellend) zadeldak met gemêleerde pannen en een nok afwisselend evenwijdig en haaks op de straat. Ook hier heeft elke woning iets eigens: een dakkapel, balkon, erker, vensterluiken, markante schoorsteen, loggia, Frans balkon, siermetselwerk en/of bijzonder trappenhuisvenster. Het architectuurbeeld is traditionalistisch.
- Tichelarij: vrijstaande naoorlogse woningen van één tot anderhalve bouwlaag met plat dak of kap achter een iets in hoogte oplopende voortuin. Doordat de erfscheidingen niet meer zijn dan een lage gemetselde plint, gaan voortuinen en centrale groenstrook ruimtelijk vloeiend in elkaar over. Samen vormen ze een ondiepe kom met water in het midden. Gebouwtypologisch is er sprake van kleine landhuisjes, bungalows en drive-inwoningen met half verdiepte garages. De woningen hebben overwegend een samengesteld grondplan en bakstenen gevels (wit geschilderd of lichte kleur baksteen). Elke woning heeft iets eigens: een dakkapel, balkon, erker, louvre luiken, deur- en raamomlijstingen, plint of schoorsteen van breuksteen of misbaksels en/of een bijzonder trappenhuisvenster met glas-in-beton. Het architectuurbeeld varieert van traditionalistisch tot modernistisch.
Woonbuurt Tichelarij is een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo door de royale ruimtelijke opzet rond een centrale groenstrook met waterpartij en de architectonische eenheid in verscheidenheid van de (half)vrijstaande woningen.
Bronnen
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart Venlo (PDF)
- Architectuur en Stedenbouw 1940-1970 (PDF)
Doctor Poelsplein
Welstandsniveau: regulier
Het welstandsbeleid is gericht op het in stand houden en herstellen van de bestaande karakteristieke beeldkwaliteit.
Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
In 1929 werd volgens de toen gehanteerde tuindorp-principes deze arbeiderswijk opgezet. De ruimtelijke structuur gaat speels om met de richting van de Kaldenkerkerweg en steilrand. Door de trapsgewijze schakeling van de woningen bij de entrees van de wijk en op de overgangen naar de omliggende straten, heeft de woonwijk een eigen uitstraling gekregen. De straatwanden bestaan veelal uit eenvoudige baksteenarchitectuur waarbij door renovatie van de woningen en openbare ruimte een deel van de oorspronkelijke detaillering verloren is gegaan. De stedenbouwkundige verkaveling en uniforme opzet van de woningen zorgt echter voor een herkenbare samenhang van het wijkje.
Bronnen
- Bestemmingsplan Venlo-Oost
- Stadsbeelden, nota (PDF)
Gasthuishof
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht op behoud van de karakteristiek van de boerderij.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
De tot het Sint Jorisgasthuis behorende middeleeuwse Gasthuishof lag aanvankelijk geïsoleerd op het hoogterras nabij de grens met Kaldenkerken. In 1654 werd de bestaande boerderij vervangen door een hallehuisboerderij waar in 1771 een ‘jagershuis’ werd bijgebouwd. Door toevoeging van latere loodsen en aanbouwen bleef de agrarische functie tot op heden behouden. De verkaveling en erfbeplanting met oude loofbomen dragen bij aan het karakter van het boerderijerf. De openheid van het landschap wordt doorbroken door het kassencomplex aan de andere zijde van de Ulingshofweg en het terrein van Maria Auxiliatrix.
Bronnen
Kaldenkerkerweg
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandsbeleid is gericht op het in stand houden en uitbouwen van de bestaande beeldkwaliteit.
Gebiedskarakteristiek
De Kaldenkerkerweg is de rechtgetrokken opvolger van de oude verkeersverbinding met Keulen. Het was een van de belangrijkste verkeerswegen vóór de slechting van de vesting in de negentiende eeuw. Nadat het stationsemplacement aan de zuidzijde was aangelegd, ontwikkelde zich lintbebouwing aan de noordzijde van deze weg. Net als bij de Roermondsepoort/Tegelseweg liggen de meest monumentale panden (in neo-stijlen) het dichtst bij het stadscentrum. Verder verwijderd van de stad - vanaf de Maagdenbergweg - is de bebouwing op een aantal uitzonderingen na, eenvoudiger en later van aard. De bebouwing aan de weg zet zich tot op de steilrand voort. Op het hoogterras ontbreekt begeleidende bebouwing en overweegt het groene karakter van de weg. Het hoogteverschil dat door de weg wordt overwonnen vertaalt zich op deze wijze in een verschil van uitstraling, dat met name ter hoogte van het voetbalstadion door het ontbreken van een afbakening, zichtbaar is. Het stadion zelf valt door de situering in een voormalige kleigroeve - De Koel - minder op. De gebouwen zijn daardoor relatief laag.
Dicht bij het centrum wordt de zuidzijde van de Kaldenkerkerweg gedomineerd door een aantal grootschalige bedrijfsbebouwing die maar beperkt een relatie met de weg aangaan. Door deze bebouwing wordt ook de ligging van de weg hoger op de rand van een oude Maasgeul niet als zodanig ervaren.
Bronnen
- Bestemmingsplan Venlo-Oost
- Architectuur en Stedenbouw 1940-1970 (PDF)
Karel van Egmondstraat / Stalbergweg / Leutherweg / Schaapsdijkweg-Jean Laudystraat
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht versterking van de herkenbaarheid en doorontwikkeling van deze structurerende wijkwegen.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
Deze hoofdontsluitingswegen structureren Venlo-oost in oost-west richting en delen het woongebied op in een aantal woonbuurten met een eigen karakter. De wegen zijn enerzijds merendeels centrumgericht en anderzijds staan ze haaks op de groene steilrand, doorsnijden hem en lopen door naar de woonbuurten op het hoogterras. De basisstructuur van deze wijkwegen werd in het zogenaamde Basisplan-Oost na de Tweede Wereldoorlog vastgelegd. Daarbij werden een aantal bestaande wegen met lintbebouwing, zoals Stalbergweg, Leutherweg en Schaapsdijkweg, geïntegreerd in de beoogde hoofdstructuur. In de wederopbouwperiode ontstond een aantal buurten met een eigen karakter. Deze zogenaamde parochiewijken hadden een bescheiden centrum met wijkvoorzieningen (onder andere Witveld, Vinckenhof).
Vanaf de jaren tachtig verdwenen vele glastuinbouwbedrijven in de natte zone van de steilrand vanwege ruimtegebrek en milieubeperkingen; deze gebieden werden ontwikkeld tot nieuwe woonwijken (Bij de Postwagen, Groenveld, Groenstraat-Noord en -Zuid).
Specifieke aspecten van de structurerende wijkwegen in Venlo-Oost zijn:
- Bij Leutherweg en Stalbergweg is deze ontwikkeling nauwelijks merkbaar omdat langs deze wegen sprake was van aaneengesloten lintbebouwing en nauwelijks zicht op het erachter gelegen gebied.
- De wijk Groenveld manifesteert zich vooral aan de Groenveldsingel die aansluit op Stalbergweg en Leutherweg met een doorbraak van de lintbebouwing.
- Aan de Stalbergweg zijn voormalige tuinderswoningen nog goed herkenbaar. ze zijn echter gemengd met nieuwere vrijstaande woningen waardoor een afwisselend beeld is ontstaan.
- De Karel van Egmondstraat is in de wederopbouwperiode aangelegd tussen de stad en de nieuwe woonbuurten ‘op de berg’: deze hoofdweg liep aanvankelijk tussen tuinbouwbedrijven door. Bebouwing aan deze weg ontstond pas in de negentiger jaren bij de ontwikkeling van de twee woonbuurten, Groenstraat-Noord en Zuid. De structurerende betekenis en belang van de Karel van Egmondstraat is vormgegeven met middelhoge appartementen aan weerszijden van de weg.
- De Herungerweg was oorspronkelijk één lange doorlopende weg van de binnenstad tot in Herongen. het oorspronkelijke karakter was stedelijk met aaneengesloten bebouwing dichtbij de binnenstad en werd open en landelijker richting buitengebied. In het naoorlogse Basisplan-Oost met de grootschalige uitleggebieden werd de Herungerweg in stukken gesneden door de nieuwe hoofdwegenstructuur. het resultaat is een fragmentatie van de Herungerweg in diverse woonbuurten van latere datum. Dit deel van de Herungerweg heeft een gevarieerde bebouwing omdat veel open terreinen later tot invulling kwamen.
- De Schaapsdijkweg heeft nog eenzijdig een agrarische uitstraling. De zuidzijde werd bebouwd met traditionele vrijstaande eengezinswoningen bij de ontwikkeling van Groenstraat-Noord. Het verlengde van de Schaapsdijkweg, de Jean Laudystraat, werd bij de ontwikkeling van de woonbuurten Withuisveld en Rijnbeek geïntegreerd als wijkontsluitingsweg.Bronnen
- Bestemmingsplan Venlo-Oost
- Architectuur en Stedenbouw 1940-1970 (PDF)
Keulse Barrière
Welstandsniveau: bijzonder
Het beleid is gericht op versterking van de uitstraling van deze stadsinvalsweg en stadspoort/landspoort.
Gebiedskarakteristiek
De Keulse Barrière is om meerdere redenen een bijzondere plek. Deze belangrijke toegangspoort tot de stad was heel lang een grensovergang met alle activiteiten die daarbij hoorden. Door de grote toename van het internationale wegverkeer voldeed de grensovergang aan de Bevrijdingsweg niet meer. In de zestiger jaren van de vorige eeuw werd daarom het nieuwe bredere wegprofiel van de Keulse Barrière aangelegd en via een grote rotonde verbonden met de Kaldenkerkerweg. In korte tijd nam de verkeersdruk enorm toe door de verbinding met de A61 in Duitsland en het Nederlandse autowegennet via de Klagenfurtlaan: er was sprake van een belangrijke lands- en stadspoort. De Europese eenwording heeft de grens gebonden activiteiten doen verdwijnen waardoor het gebied is verloederd. Tevens is het autoverkeer sterk afgenomen door de aanleg van de A74. Het wegprofiel is inmiddels versmald en heeft het karakter van een stadsinvalsweg gekregen. De verwaarloosde bebouwing en braakliggende terreinen veroorzaken echter een erg negatief beeld aan deze structurerende stadsinvalsweg. Autonome ontwikkelingen en transformaties zullen aangegrepen worden om een verbetering te bereiken van de uitstraling als ‘Duitse’ stadspoort en het beeld van de Keulse Barrière. De groene omgeving zal daartoe worden uitgebouwd tot een groen casco (drager) waarin passende functies en representatieve bebouwing een plek zullen krijgen.
Bronnen
- Bestemmingsplan Keulse Barrière
- Poorten van de Stad, Plan van Aanpak (PDF)
Klagenfurtlaan
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht op verdere ontwikkeling van de uitstraling van deze structurerende stadontsluitingsweg.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
Oorspronkelijk was een deel van de Klagenfurtlaan een onderdeel van de Herungerweg; een oude weg met verspreid liggende bebouwing tussen Venlo en Herongen. Karakteristiek was en is nog steeds de haakse ligging ten opzichte van de groene Steilrand en het hellend verloop. Met de staduitleg na de Tweede Wereldoorlog werd de wegenstructuur aangepast en de Herungerweg aangesloten op het Europaplein. Nog later werd het wegtracé een onderdeel van het nationale autowegennet waarbij hij een verbinding vormde tussen A67 en A61 in Duitsland. Met de realisatie van de A74 is deze verkeersfunctie vervallen. De weg maakt nu onderdeel uit van het hoofdwegennet van Venlo. De verkeersdrukte en overlast is sterk afgenomen waardoor er weer mogelijkheden zijn voor stedelijke functies langs de weg. Het karakter en uitstraling van de Klagenfurtlaan kan dan ook opgewaardeerd worden tot een stedelijke hoofdweg. De oudere bebouwing verwijst op een subtiele wijze naar het agrarische verleden van aanliggende terreinen. Met de toevoeging van nieuwe eigentijdse bebouwing kan de Klagenfurtlaan meer onderdeel uitmaken van het stedelijk gebied en de uitstraling krijgen van een structurerende hoofdontsluitingsweg.
Bronnen
Klooster Bethanië
Welstandsniveau: bijzonder
Het beleid is gericht op behoud van de karakteristiek van kloostergebouwen en -tuin.
Gebiedskarakteristiek
Het kloostercomplex Bethanië (een gemeentelijk monument) bestaat uit een vrij gelegen, fraai ensemble van hoofdgebouw met kapel en enkele bijgebouwen in een bij het klooster behorende tuinaanleg. Het blokvormige kavel waarop het complex zich bevindt is een overblijfsel van de negentiende eeuwse ontginningsstructuur in dit gebied. De Congregatie van de Dominicanessen van Bethanië stichtte in 1915 een klooster in een nog bestaande boerderij aan de Kaldenkerkerweg. Tot circa 1960 groeide het uit tot het complex met de huidige omvang.
De hoofdvorm van het voormalige klooster betreft een carrévormig bouwwerk, van twee in elkaar grijpende L-vormige bouwwerken met twee/drie bouwlagen onder zadeldaken, aan de zuidoostelijke zijde verlengd door een kapel met toren naar een ontwerp van de Venlose architect Jules Kayser (1879-1963). Mede door de kloostermuur en hoog opgaande begroeiing wordt het besloten karakter van het complex vanaf het aan de westzijde open landschap, benadrukt. De cultuurhistorische waarde wordt behalve door de gebouwen ook gevormd door de historische structuur van de kloostertuin en kloosterpark.
Bronnen
- Bestemmingsplan Bethanië
- Bethanië: cultuurhistorische inventarisatie (PDF)
- Bethanië: Programma van Eisen herontwikkeling (PDF)
Krefeldseweg
Welstandsniveau: bijzonder
Het welstandbeleid is gericht op instandhouding van en voortbouwen op het karakteristieke beeld uit de Wederopbouwperiode.
Gebiedskarakteristiek
In de jaren vijftig en zestig is aan de noord-oostzijde van Venlo een nieuwe infrastructurele hoofdstructuur aangelegd, bestaande uit de Nijmeegseweg (randweg), de Krefeldseweg (uitvalsweg over het opgebroken tracé van de Köln-Mindener Bahn) en het Europaplein op de kruising (rotonde). Deze grootschalige op de groeiende automobiliteit afgestemde infrastructuur heeft een groene parkachtige zoom als ruimtelijke inbedding en aan de stadszijde een (middel)hoge bebouwingswand als stedelijke begeleiding. In de ontwikkeling van deze wand zijn drie fasen te onderscheiden, met grootschaligheid en collectiviteit als oplopende constanten:
- Het oudste omstreeks 1955 opgetrokken deel ter plaatse van de Rembrandtstraat bestaat uit een langgerekte aaneengesloten wand van drie bouwlagen met beneden-bovenwoningen (zie Venlo-Noord, deelgebied Nijmeegseweg-Krefeldseweg).
- Het in de tweede helft van de jaren vijftig opgetrokken deel ter plaatse van de Gebr. Van Eykstraat en Frans Halsstraat bestaat uit een reeks portiekflats in een speels geknikte zaagtandverkaveling (zie Venlo-Noord, deelgebied Nijmeegseweg-Krefeldseweg).
- Het in de jaren zestig opgetrokken deel ter plaatse van de Jan Vermeerstraat en de Krefeldseweg bestaat uit portiek- en galerijflats in een open verkaveling van gestempelde stroken en hoven. De wand heeft hier het karakter van een meanderend patroon van schijfvormige flats van verschillende lengtes in drie, zes en tien woonlagen op souterrains of garages. Het Europaplein wordt aan weerszijden van de Krefeldseweg gemarkeerd door hoogteaccenten, als ware het een stadspoort. De solitaire flats staan in de parkachtige zoom waardoor groen en bebouwing zijn geïntegreerd in een open stadsbeeld met gemeenschappelijke tuinen. De flats zijn uitgevoerd in een modernistische architectuur met een zakelijke uitstraling waarin de nadruk ligt op de collectiviteit van deze gestapelde woonvorm. Karakteristiek is het horizontale accent in de gevelopbouw: hetzij een afwisseling van betonnen banden en gemetselde stroken met vensters, dan wel een herhaling van uitkragende galerijen. Verdiepte portieken, loggia’s en uitkragende balkons verlenen de ‘dozen’ enige plasticiteit. De gevelkarakteristiek varieert van gesloten metselwerk tot transparante glaspuien. In vergelijking met de voorgaande periode is het kleurgebruik fris en licht: gelige baksteen, onbehandeld beton, blauw en wit. Ramen, puien en balkons zijn keurig geordend binnen een regelmatig gevelraster. Portieken en lifttorens ritmeren de straat.
De combinatie hoofdwegen, groene zoom en bebouwingswand ter plaatse van de Nijmeegseweg, Krefeldseweg en Europaplein betreft een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo omdat het binnen één langgerekt stedenbouwkundig gebaar toont hoe het repertoire en de typologieën voor een stedelijke wand in korte tijd evolueerden.
Bronnen
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Architectuur en Stedenbouw 1940-1970 (PDF)
Laaghuissingel / Groenveldsingel
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht versterking van de herkenbaarheid en doorontwikkeling van deze structurerende wijkwegen.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
Het tracé van Laaghuissingel en Groenveldsingel was al voorzien in het Basisplan-Oost van de wederopbouwplannen. De weg had - en heeft dat deel nog steeds - een meerledige functie: wijkontsluitingsweg en alternatief tracé voor de drukke wegen rond het centrum. De weg is noord-zuid gericht (tangent) en vormt samen met de diverse oost-westwegen een gridpatroon dat een groot deel van Venlo-Oost structureert.
Het tracé is in twee fasen tot stand gekomen. De Laaghuissingel in de jaren zestig en de Groenveldsingel in de jaren tachtig van de vorige eeuw. De karakteristiek van de twee wegdelen is dan ook verschillend. Opvallend is dat beide wegen een gelijksoortig wegprofiel hebben: een brede groene straat met bomenrijen en gescheiden rijbanen.
De aanliggende woonwijken van de Laaghuissingel zijn Withuisveld, Rijnbeek, Vinckebosje en Wildveld. Deze wijken zijn in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw gebouwd en vertonen een gelijksoortige architectuurbeeld uit die tijd. Het beeld aan de Laaghuissingel is echter erg wisselend doordat laagbouw en middelhoogbouw zijn gemengd en woningen worden afgewisseld met publieke gebouwen. Tevens ontstaat de laatste jaren eigentijdse nieuwbouw omdat verouderde gebouwen worden vervangen.
De woonwijk Groeneveld is gebouwd in de tachtiger jaren en is een groen woonmilieu met een hiërarchisch rechthoekig stratenpatroon en een menging van eengezins- rijenwoningen en appartementen. De Groenveldsingel met een breed groen profiel is de drager van de wijk en wordt begeleid met woonbebouwing in wisselende hoogten.
Bronnen
- Bestemmingsplan Venlo-Oost
- Architectuur en Stedenbouw 1940-1970 (PDF)
Stalberg (omgeving Casinoweg)
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht op behoud en versterking van het waardevolle beeld dat met name in de naoorlogse periode vorm kreeg.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
De fraaie landschappelijke situatie van het gedeeltelijk beboste hoogterras werd in de jaren zestig van de twintigste eeuw alsnog benut voor de aanleg van een woonbuurt voor welgestelden met als karakter: riant wonen in het groen. De ruimtelijke hoofdstructuur bestaat uit een intern assenkruis van gebogen wijkontsluitingswegen: de Stalbergweg en de Karel van Egmondstraat. Ten noorden van de Stalbergweg overheerst het bos en beperkt de bebouwing zich tot linten langs de hoofdwegen. Ten zuiden van de Stalbergweg overheerst de bebouwing en beperkt het bos zich tot wigvormige stroken langs de wegen. De villaverkaveling bestaat overwegend uit vrijstaande, particulier en projectmatig tot stand gekomen woningen temidden van riante tuinen. Typologisch zijn drie varianten cq. deelgebieden te onderscheiden:
- De Stalbergweg, Aan de Bronnen en het noordelijke deel van de Karel van Egmondstraat: in dit glooiende deel staan de grootste woningen op de ruimste kavels. Enkele straten liggen enigszins verdiept en worden begeleid door hagen. De woningen zijn één tot twee bouwlagen hoog soms met half verdiepte garages, hebben een samengesteld grondplan met plat dak of kap en staan veelal achter een in hoogte oplopende voortuin óf tegen de steile helling cq. bosrand. Het architectuurbeeld is overwegend licht van kleur en varieert stilistisch van traditionalistisch tot (post)modernistisch. De later bebouwde Aan de Bronnen heeft een donkerder kleurbeeld: geelbruine baksteen, donkerbruin houtwerk, betonpannen op samengestelde daken. Meer op zichzelf staat het complex Oostenrijkse woningen aan de Wijnbergstraat e.o.: donkerbruin geschilderde houten bouwpakket woningen van kort na de Tweede Wereldoorlog met wit geschilderde kozijnen en ramen, zadeldaken met rode pannen, dito vrijstaande garages en een onregelmatige situering achter voortuinen met ligusterhagen.
- Klaproosweg e.o.: dichter bebouwd buurtje van drie gebogen straten met vrijstaande woningen van één tot anderhalve bouwlaag met overwegend zadeldaken en gesmoorde dakpannen en de nokrichting wisselend evenwijdig en haaks op de straat. De kleinere kavels zijn lommerrijk begroeid met heesters en coniferen. Het eenvoudige gevelbeeld wordt bepaald door licht metselwerk, grote ramen, verdiepte entrees, houten beschot, brede dakkapellen en markante schoorstenen. Het buurtje heeft een landelijke, informele uitstraling door de laanbeplanting, de gras- en grindbermen, de diepe omhaagde voortuinen met parkeervoorzieningen en de volgroeide bomen in de achtertuinen.
- Orchideeweg e.o.: ladderstructuur van twee evenwijdige, gebogen langstraten (de ‘bomen’) met geschakelde bungalows aan één zijde en korte dwarsstraatjes (de ‘sporten’) met vrijstaande bungalows aan weerszijden. De langstraten hebben een formele uitstraling door de combinatie van laanbeplanting, groenstroken, trottoirs, omhaagde voortuinen en geschakelde woningen dicht op de straat. De dwarsstraten daarentegen danken hun informele uitstraling aan de bosstroken tussen de rijweg en de kavels (meer diffuse overgang tussen privé en openbaar). Het modernistische bebouwingsbeeld bestaat in hoofdzaak uit éénlaags bungalows op samengesteld grondplan met plat dak en een flankerende of half verdiepte garage. Bij de oudste bungalows contrasteert het wit geschilderde of gele metselwerk met de ongeschilderde donkere plint en de donker gekleurde boeiboorden. Bij de jongere bungalows is het witte gevelschilderwerk achterwege gebleven waardoor het kleurbeeld als geheel donkerder is en minder fris afsteekt tegen de groene omgeving. Bij de particuliere bouw in de dwarsstraten zit de variatie vooral in de vormen en formaten van de ramen alsmede in de toepassing van luifels en boeiboorden. Karakteristiek voor de projectmatige bouw aan de langstraten is de opdeling van de geschakelde bungalows in onderscheidende secties: transparante glaspuien, gesloten metselwerk en houten beschot met deuren.
Stalberg is een bijzonder waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo omdat hier in de stedenbouwkundige opzet met gebogen straten en bosstroken alsmede in de architectonische eenheid in verscheidenheid optimaal gebruik is gemaakt van het geaccidenteerde en bosrijke karakter.
Stalberg West / Wildveld
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht op versterking van de herkenbaarheid en doorontwikkeling van het waardevolle beeld dat met name in de eerste helft van de twintigste eeuw vorm kreeg.
Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
Na de voltooiing van de stadsuitbreiding volgens de plannen van Van Gendt uit 1872 was er rond 1900 door toename van de bevolking wederom behoefte aan uitbreiding van de stad. Er werd een nieuw plan van uitleg uitgewerkt, het zogenoemde ‘Plan No.1’. De uitbreidingsgebieden sloten aan op de uitbreiding volgens Van Gendt, onder andere ook het gebied in de oksel van de Kaldenkerkerweg en de Burgemeester van Rijnsingel. Aan de oostzijde wordt het gebied globaal begrensd door de Hertog Reinoudsingel. De bebouwing in het gebied kwam tot stand in de periode tot aan de Tweede Wereldoorlog.
In de omgeving Stalberg-West/Wildveld bestaat de bebouwing vrijwel uit individuele woningen, tot stand gekomen door verschillende opdrachtgevers en verschillende architecten. De samenhang in de architectuur wordt gevonden in de toepassing van dezelfde materialen (baksteen, keramische dakpannen en betonelementen) in eenzelfde expressie. Karakteristieke kenmerken zijn:
- Het rustige evenwicht in de gevelcompositie: balans tussen de horizontale lijnen van de vensterreeksen/gootlijsten en de verticale lijnen van de vensterassen.
- De ambachtelijke, overwegend eenvoudige baksteenarchitectuur met klok- en lijstgevels en gesloten metselwerk waarin ramen en deuren als gaten zijn uitgespaard.
- De houten kozijnen en ramen hebben veelal een traditionele opzet en indeling (draai- en schuiframen met roeden).
- De generfde textuur en de verschillende tinten rood/bruin metselwerk, de wisselende metselverbanden en het platvolle voegwerk zorgen voor een levendig en ambachtelijk gevelbeeld.
- Vrijwel elke gevel heeft bescheiden accenten of ingetogen versieringen die zich onopvallend in het gevelbeeld voegen, zoals smeedijzeren raamhekken, keramische tegels, siermetselwerk, natuurstenen accenten.
De buurt is cultuurhistorisch van belang vanwege de systematische aanpak van het stedenbouwkundig plan en de gaafheid en herkenbaarheid daarvan. De architectuur is van belang als voorbeeld van de ontwikkeling van de individuele stadswoning waarin de veelheid en bijzonderheid van architectonische expressie tot uitdrukking is gebracht. Verder is de architectuur van belang vanwege de grote rijkdom en diversiteit aan individuele bouwwerken, materiaalgebruik, detaillering en stedenbouwkundige accenten in de vorm van bijzondere hoekoplossingen. Karakteristiek zijn bijzondere details met betrekking tot gootlijsten, ornamenten en vensterkozijnen met karakteristieke roedeverdelingen.
Bronnen
- Venlo: cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Nota Stadsbeelden (PDF)
Vierpaardjes
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht op een uitstraling overeenkomstig het belang van Vierpaardjes.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
De Vierpaardjes was oorspronkelijk een van de twee verbindingswegen van Venlo-Oost met Venlo-Zuid en Tegelen. Met de aanleg van de Groenveldsingel en de ontwikkeling van Venlo Centrum-Zuid is het belang als structurerende verbindingsweg verder toegenomen. De aanpassing van de infrastructuur is (nog) goed zichtbaar in braakliggende terreinen die als gevolg van beperkingen door het rangeerterrein niet tot invulling komen. De verschijningsvorm en uitstraling van de Vierpaardjes komt dan ook niet overeen met het belang van deze weg. Er zijn plannen om op termijn een nieuwe verbinding te maken tussen de Groenveldsingel en Guliksebaan (en Tegelen). De spoorwegovergang komt dan te vervallen. Pas dan zal de structurerende betekenis van Vierpaardjes vervallen.
Vogelhut
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht op versterking van de herkenbaarheid en doorontwikkeling van het waardevolle beeld dat met name in de naoorlogse periode vorm kreeg.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
De fraaie landschappelijke situatie van het gedeeltelijk beboste hoogterras werd begin jaren zestig van de twintigste eeuw alsnog benut voor de aanleg van een middenstandsbuurt met als karakter: riant wonen in het groen. Het karakteristieke stratenpatroon bestaat uit een klein en een groot ovaal met talrijke dwarsverbindingen (straten en woonpaden). De straten volgen de hoogtelijnen in het terrein. Het kleine ovaal is opgevat als een beboste groene pit. Talrijke bosstroken tussen de dwarsstraten en –paden verbinden die groene pit straalsgewijs met de bosrijke omgeving. Het bos dringt zo door tot in het hart van de buurt.
De bebouwing bestaat uit korte rijtjes eengezinswoningen van twee bouwlagen met flauw hellend dak. De rijtjes buigen of knikken mee met het stratenpatroon, zijn regelmatig geordend in een open strokenverkaveling en staan vrijwel allemaal met de voorgevel aan woonpaden langs de bosstroken. Het principe van woonpaden was destijds vernieuwend. Door die oriëntatie grenzen de achtertuinen direct aan de straat. Daar hebben ligusterhagen plaats gemaakt voor een grote variëteit aan erfscheidingen, met een rommelig straatbeeld als gevolg. Op enkele plekken is dat onlangs opgelost door de bouw van uniforme tuinmuren met bergingen in een donkere kleur baksteen. Het modernistische bebouwingsbeeld bestaat uit halfvrijstaande en rijtjes woningen van twee bouwlagen op rechthoekig grondplan, met wit geschilderde bakstenen gevels, onbeschilderde schoorstenen, doorgestoken gevels op de hoeken, lisenen als markering tussen de woningen en flauw hellende bitumen daken met overstek op klossen. Door de expressieve hoofdvormen en het lichte gevelbeeld steken de woningen fraai af tegen de groene omgeving. Dit hoofdthema is complexmatig in drie varianten uitgewerkt en in hoofdzaak herkenbaar aan de verschillende kapvormen (ingeknikt, zadel, lessenaar), de plek van de houten betimmering (borstwering, verdieping) en de verschijningsvorm van de hoofdentree (in zijwaartse uitbouw, met of zonder luifel). Het schilderwerk van de houten onderdelen contrasteert met de witte gevels (oorspronkelijke kleurstelling onbekend). De detaillering van het dakoverstek gaat veelal schuil achter een bekleding van Trespa. In de groene pit stonden oorspronkelijk drielaags galerijflats als lage pendant van de hoge galerijflats aan de Casinoweg en de Postweg. De drielaags flats zijn inmiddels vervangen door een gebogen rij, geschakelde woningen van twee bouwlagen met plat dak conform de gebiedskarakteristiek. Alleen het gevelbeeld in meerdere kleuren baksteen en de parkeervakken voorlangs de straat contrasteren sterk met de oudbouw.
De modernistische woningen met hun uniforme complexmatige karakter in drie varianten in combinatie met de waaiervormige strokenverkaveling en bospercelen maken van Vogelhut een waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo.
Wijkcentrum Maagdenberg
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is gericht om de buurt- en wijkvoorzieningen een prominente en herkenbare uitstraling te geven binnen de aangewezen clusterlocaties.
- Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
De uitbreidingswijken in Venlo-Oost zijn geformeerd rond een aantal parochiecentra met de daarbij behorende buurt- en wijkvoorzieningen. Door een lagere bewoningsintensiteit in de woonwijken nam het draagvlak voor deze wijkvoorzieningen af. Binnen de wijken in Venlo-oost heeft de gemeente Venlo de nadruk verschoven naar een tweetal clusters, namelijk de Maagdenberg en Vinckenhof. Verder zou ‘op de berg’ nog behoefte en draagvlak zijn voor een ondersteunend buurtcentrum. De bedoeling is dat deze wijkcentra sociaal-maatschappelijk de identiteitsdragers worden van Venlo-Oost.
De karakteristiek van wijkcentrum Maagdenberg zoekt aansluiting op de oudere karakteristieke bebouwing van de Leutherweg. De Maagdenbergweg kende al vanaf de negentiende eeuw enige vorm van lintbebouwing, waarbij de weg de toegang vormde vanaf de stad van de in de eerste helft van de twintigste eeuw tussen Waterleidingsingel en Leutherweg gerealiseerde woonwijk. Als gevolg van de aanleg van de Groenveldsingel is het accent van de infrastructuur van oost-west naar noord-zuid verschoven. De bebouwing in de omgeving is hier (nog) niet op aangepast.
Bronnen
- Bestemmingsplan Venlo-Oost
- Wijkvisie Venlo-Oost (PDF)
Wijkcentrum Vinckenhof (Vinkenbosje)
Welstandsniveau: regulier
Het beleid is erop gericht om de buurt- en wijkvoorzieningen een prominente en herkenbare uitstraling te geven binnen de aangewezen clusterlocaties.
Voor kleine veelvoorkomende bouwwerken in reguliere welstandsgebieden zijn sneltoetscriteria opgesteld.
Gebiedskarakteristiek
Oorspronkelijk was in Venlo-Oost sprake van een aantal parochiecentra met daarbij ook andere buurt- en wijkvoorzieningen. Door de verdunning van de bevolking nam het draagvlak voor deze voorzieningen af. Bovendien was behoefte aan andere voorzieningen voor de verouderende bevolking. De gemeente heeft op basis van de visie Venlo-Oost de voorzieningenstructuur van Venlo-oost aangepast. Er wordt gestuurd op twee clusters van wijkvoorzieningen te weten Vinckenhof e.o. en Maagdenberg e.o. Verder zou er nog behoefte en draagvlak zijn voor een buurtcentrum ‘Op de berg’. De bedoeling is dat deze wijkcentra in sociaal-maatschappelijk opzicht maar ook ruimtelijk de identiteitsdragers worden van Venlo-Oost. De karakteristiek van wijkcentrum Vinckenhof sluit nadrukkelijk aan op de open ruimtelijke structuur en de architectuur van de wederopbouw.
Vinkenbosje is in de jaren zestig gebouwd als middenstandsbuurt en was gedacht als het functionele hart van een nieuwe oostelijke parochiewijk. Op de plek waar de parochiekerk was gedacht, is nu een voetbalveldje. Een configuratie van schijfvormige flats is destijds ingezet om enerzijds zoveel mogelijk tuinbouwgrond te sparen en anderzijds om deze buurt duidelijk te structureren. De ruimtelijke structuur bestaat in hoofdzaak uit een hoge flat op de kop van het Burgemeester Bergerpark (landmark voor de wijk), een middelhoge wand van flats evenwijdig langs de Laaghuissingel (begeleiding van de stedelijke ringweg), twee haaks geplaatste flats op de koppen van de Karel van Egmondstraat (markering van de wijkentree) en een uitwaaierend patroon van flats rond de Vinckenhofstraat en Gulikstraat (accentuering van het centrale voorzieningenhart). Architectonisch en typologisch is in hoofdzaak sprake van twee soorten flats:
De flats langs de randen van het Burgemeester Bergerpark zijn van het type galerijflat in zes en negen bouwlagen. Deze gebouwen zijn uitgevoerd in een modernistische architectuur met een zakelijke uitstraling waarin de nadruk ligt op de collectiviteit van deze gestapelde woonvorm. Karakteristiek is het horizontale accent in de gevelopbouw: hetzij een afwisseling van gemetselde banden en strookvensters, dan wel een herhaling van uitkragende galerijen of een zichtbaar betonskelet met een invulling van (gewijzigde) vensterpuien. De kopgevels en lifttorens zijn uitgevoerd in vrijwel gesloten metselwerk. De flats aan de Rijnbeekstraat hebben als opmerkelijk element dat de woningen op de eerste woonlaag direct bereikbaar zijn via bordestrappen.
De overige flats zijn van het type portiekflat in drie en vier bouwlagen met plat dak en gemetselde gevels in gele baksteen. Omdat het souterrain is uitgevoerd in roodbruine baksteen lijken de flats enigszins te zweven boven het maaiveld dat als gemeenschappelijke tuin is ingericht. De voorgevels worden verticaal geleed door verdiepingshoge vensterpuien (blauw of beige geschilderde borstweringen), gemetselde muurdammen en verdiept gelegen trappenhuizen met betonnen prefab gevelelementen en geperforeerde ‘dagkanten’. De gemetselde kopgevels zijn grotendeels gesloten en voorzien van horizontale venstersleuven of uitkragende balkonbakjes. In de achtergevels zijn de individuele ramen en balkons met decoratieve betonnen borstweringen gerangschikt in een regelmatig raster. Het modernistische architectuurbeeld is kortom gevarieerd, fris, licht, zakelijk en plastisch. De enige functionele verbijzondering zijn de winkels op de begane grond van de flat aan de Vinckenhofstraat.
De structurerende configuratie van identieke flats met een zorgvuldige vormgeving en frisse uitstraling maakt van Vinkenbosje een waardevol wederopbouwensemble voor de gemeente Venlo.
Bronnen
- Cultuurhistorische inventarisatiekaart (PDF)
- Architectuur en Stedenbouw 1940-1970 (PDF)
Bronbestanden aanvragen
De beschikbare bronbestanden (pdf’s) voor de bovenstaande gebieden zijn niet online te bekijken of te downloaden. U kunt deze bestanden wel opvragen ter inzage. Wij leggen ze dan voor u klaar in het Stadskantoor.